Hoe geef je een gitzwarte toekomst toch wat kleur?

  • IMG_20160404_192912Het weer is druilerig en neigt naar de herfst. De straten liggen er verlaten bij. Bloemen rotten door de regen, het groen eigen aan de zomer, verkleurt. De enige kleur die je vandaag nog merkt, is de driekleur, een enkele vlag van de rode duivels die er verslagen bij hangt. Ook bij hen geen zon. Een nederlaag. Zelfs in het voetbal faalt dit land.
    Het land verzuurt. Al lang. De cultuur van ieder voor zich viert hoogtij. Solidariteit is zoek. Ik kan het moeilijk verdragen.
    Gisteren zag ik een foto van een beschimmeld broodje op Facebook passeren; de broodjes waren bedoeld voor de vluchtelingen in Griekenland. Ook daar heeft België zich gemakkelijk van af gemaakt, zowel van de vluchtelingen als van Griekenland. In een blog van Bruno Tersago lees ik vandaag hoe gitzwart de toekomst er voor de Grieken uitziet. Ook daar geen kleur. Ik hou van Griekenland, van de mensen daar. Van hun warmte en solidariteit. Dat geeft wel kleur. Een kleur die je hier niet treft. Weemoedig word ik ervan.
    Morgen ben ik jarig. Een feestdag zonder mijn moeder. Zonder kleur. Al weken vooraf krijg ik het benauwd als ik aan die datum denk. Geen kleur, geen zon.
    Toch ga ik op zoek naar kleur. In de ogen van mijn zoon, in de herinneringen aan Dimitrios in Tolo, in de plannen aan een volgende reis, in een goed boek, in een lekker gebakken brood, in mooie muziek, in de stekjes die flink aarden, in lekkere koffie.
    Toch ga ik op zoek naar kleur. In hoop bijvoorbeeld. Ook voor de Grieken. In de hoop dat die gitzwarte toekomst toch wat opfleurt.

    Wil je mij volgen? Like dan zeker

    mijn facebook-pagina

 

Het stekje is een plant geworden

De zon haalt het van de koude en creëert mooie lichtvlekken op de gordijnen. De planten op de vensterbank genieten van het licht en de verwarming. Ze groeien – als kolen.
Afscheid nemen is mijn fort niet. Meer nog, ik kan het gewoon niet. Ik wil altijd op één of andere manier een voet in huis blijven hebben. En zo sneed ik een takje van een oude plant af. Niet eens een stekje, maar een willekeurig stukje groen dat ik wou meenemen en een nieuw leven geven bij mij. Ik verzorgde de wonde en zette het takje in wat water. Om te aarden, en om wortel te schieten. Enkele weken liet ik het zo staan in de keuken en keek er soms wat minzaam naar – in gedachten wat ik achterliet. Of gewoon om wat herinneringen op te halen. Ik twijfelde eraan of het takje zijn nieuwe omgeving zou mogen. Maar het verkleurde niet en bleef trots in het vaasje staan. Tot ik vond dat het stilaan wat aarde en een potje verdiende. Met zorg, met liefde zelfs plantte ik het in een plastic potje en zette het in een dieprode cache-pot. Regelmatig gaf ik het wat water, soms wat extra potgrond. En uiteindelijk ging het zijn eigen weg. Ik zag een soort van roodachtig blad verschijnen, dat zich ontwikkelde tot een volwaardig nieuw lichtgroen blad. Het stekje is een plant geworden en schittert op mijn vensterbank. Het plantje leeft, eigenzinnig, zelfstandig, met een verleden, en met een heel leven voor zich. Ik ben er geweldig trots op.