L’été indien

Ik viel in slaap met Patrick Bruel. En het was al zo warm. Zijn muziek kletterde in mijn oren na en tijdens een heus gevecht met mijn bed. De hitte hield mij wakker – en als het dat niet is, dan is er beslist een andere reden voor mijn slapeloosheid. Wat het najaar brengt bijvoorbeeld? Hoe ziet mijn été indien eruit? Hoe heet wordt de herfst?

Ik hoop dat de sociale onrust wat zal tanen – al is dat tegen beter weten in. Wat kan je anders dan tegen zo’n beleid in opstand komen, een beleid dat wars van alle solidariteit een wij-zij verhaal predikt? En toch zal ik van deze herfst iets maken. Ik zie uit naar kleine dingen die mij beslist gelukkig zullen maken. En dat begint morgen al. Met Peter van de Veire die mijn ochtenden weer zal opfleuren met zijn grappen waar ik luid om moet lachen, en met zijn uitspraak van het woord ‘speciaal’. Wie anders dan Peter van de Veire kan dat woord zo uitspreken dat ik er spontaan warm en blij van word? Hervé Vilard geeft mij eenzelfde gevoel als hij ‘Reviens’ zingt. Maar Hervé Vilard is Peter van de Veire niet.
En verder zal ik gelukkig worden van het nieuwe schooljaar, om te zien hoe mijn zoon het tweede middelbaar start. En ik zal uitzinnig worden van een mooie, nieuwe roman van Mirjam Rotenstreich; ik zal beslist gelukkig worden van die blauwe kokerrok die in gedachten nu al de mijne is, ik zal eufoor worden als ik in de luchthaven ben en naar Griekenland vertrek, ik zal lachen als Dimitrios ons in Tolo welkom heet, ik zal warm worden van die heerlijke desserts in Taverna Steki die zo lekker naar kaneel ruiken, ik zal gelukkig zijn als ik de eigenares van het hotel in Monemvasia het recept van haar heerlijke koekjes kan ontfutselen, ik zal blij zijn als het lukt om met Bruno een koffie te drinken in Athene, ik zal verwonderd zijn over de vorderingen van het bakboek, ik zal versteld staan van de moppen van mijn zoon, ik zal zelfs misschien in het najaar  afspreken met de jongen – al is dat allicht wat overmoedig, ik zal blij zijn als het veldritseizoen start, veldrijden waar ik eigenlijk niet zo van hou, maar om onverklaarbare redenen toch volg, ik zal gelukkig zijn als Patrick Bruel mij in slaap wiegt, maar het mag ook Hervé Vilard of Joe Dassin zijn en ik zal vooral gelukkig worden van al het onverwachte en van het restje zomer.

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina

 

 

Tips voor een gelukkig leven

Afgelopen jaar stelde paus Franciscus tien tips op voor een gelukkig leven. 2015 was het jaar van zulke lijstjes. Ik ben onder de indruk van de tips van de paus. Niet dat ik als praktiserende katholiek door het leven ga, maar ik ben fan van Franciscus. Vanaf het begin. Toen hij het publiek op het Sint- Pietersplein in Rome aansprak met buonasera a tutti, wist ik dat het goed zat. Iemand die zich tot iedereen richt, is in deze  tijden van wij en zij eerder zeldzaam en beslist te waarderen. Ik ben ook fan van zijn lijstje. Zijn raad is bijzonder nuttig en het overdenken waard. ‘Zorg voor waardig werk voor jonge mensen’ is één van mijn favorieten. Ook over ‘Laat het negatieve los’ en ‘Ga de dialoog aan, in de eerste plaats vanuit het voorbeeld van je leven’ is er iets te zeggen.
Met de paus in gedachten vraag ik mij af wat mij gelukkig maakt en ik kom tot een lange lijst.
– Patrick Bruel die in mijn oren heel luid Casser la voix zingt
– Een boek van A.F.Th. van der Heijden lezen
– Brieven en kaartjes krijgen en zelf schrijven
– Parijs
– Humor
– Bloemen
– Een koffie drinken op het marktpleintje in Les Vans
– Het trotse gevoel na het schrijven van een tekst
– Een banaan eten op de trein
– Dat specifieke kleed in mijn maat vinden en het blijkt dan ook nog perfect te passen
– Iedere blijk van solidariteit
– Frans spreken
– De Papegaaienclub (dit is mijn zoon en mijn zus)
– Bakken
– Een compliment
– Een Vijf-film
– De krant op zaterdagochtend
– De koers
– Een warm bad
– De geur van Dior Addict
– Libelle
– De herinneringen aan mijn moeder

Ik kan nog even doorgaan. Ik schaam mij om zoveel gelukkige momenten. Ik schaam mij nog meer omdat ik al eens energie steek in een baaldag. Voortaan hou ik op zulke dagen mijn lijstje bij de hand.

Bon week-end à tous!

Place de Clichy

Beste lezer,
Dit is mijn bijdrage voor de wedstrijd van uitgeverij De Bezige Bij.
Veel leesplezier.

Knipselclichy

De hemel is verdeeld in arrondissementen en lijkt heel erg op Parijs, hetgeen mij uiteindelijk niet verwondert. Dat had ik kunnen weten. Parijs leeft hemels. Een chauffeur wacht mij op in een decadent lange wagen. Vastberaden. Hij heeft een plan. Mag ik dan alsnog op audiëntie bij God? Hij draagt een zwart pak en smetteloos witte handschoenen. Een steriliteit die fel afsteekt bij de stad die ik ken. In een accentloos Frans legt hij mij uit dat hij mij naar de Opéra rijdt. Opera is niets voor mijn moeder, niet haar stijl.  God neemt mij in de maling. In de rue de Scribe, aan de Opéra Garnier, houdt hij halt – op een denkbeeldige parkeerplaats enkel toegankelijk voor goden, Italianen en chauffeurs van God dus. Ik ga naar het Concert Symphonique van Patrick Bruel luisteren, zegt hij op een betweterig toontje. De chauffeur drukt een ticket in mijn handen. ‘Votre mère vous attend.‘ Goddelijk.
Wat bevreesd, aarzelend ook en enigszins ijlend stap ik dat prestigieuze gebouw binnen. De grandeur van de opera komt mij tegemoet. Een concert van Patrick Bruel, of Patrick Bruel tout court neigt wel naar mijn hemel, maar tref ik hier, in dit decor van glorie, mijn moeder? Is er een link tussen deze Franse chansonnier en mijn moeder? Ik herinner mij geen enkele anekdote noch groot verhaal over Bruel. Ze hield van het Franse chanson, dat wel, van Hervé Vilard, van Dalida, van Adamo, maar van Bruel? Was ze daar niet te oud voor? Mijn ticket geeft mij de beste plaats in het theater. Zelfs in de hemel doet men aan V.I.P. en is de rijstpap voor de één wat geler dan voor de ander. Naast mij blijft de stoel leeg.
Mijn moeder stierf vijf jaar geleden. Zonder adieu. Zonder laatste gesprek. Een herseninfarct werd haar fataal. Ik bleef verweesd achter. Het nooit plaatsgevonden laatste gesprek werd een obsessie, een dwangmatig moeten, het gebrek aan afscheid een mislukte onthechting. Afgelopen Kerst werd mijn wens gehoord. Onder de kerstboom lagen er twee pakjes. In het ene zat de toegangscode tot de hemel  verpakt. De sleutel tot het laatste gesprek.
Het publiek is opgetut, met klasse, zoals het in een opera hoort. Ouder ook. Bruel raakt alle leeftijden en deze generatie zakt allicht moeizamer af naar een stadion. Dit operaconcert lijkt mij een perfecte marketingstunt. Of toch niet. Dit zijn mensen die in mijn wereld al dood zijn en in deze hemel verder  feesten. Natuurlijk zijn ze ouder. Bruel zelf ook strak in het pak. Hij ziet er goed uit. HIj is kleiner dan ik dacht. Hoe beweegt iemand zo’n groot publiek? Bruel heeft alles van een Fransman. De looks, de gestes, de praat – vaak over heel erg weinig. Hij komt er mee weg. Frankrijk aanbidt hem. Als kleine uk kwam hij met zijn moeder van Algerije naar Parijs. Zijn moeder heeft een plaats in de loge. Ze is op bezoek in de hemel, net als hijzelf. De special guests van God. Hij praat over zijn mama. Zijn respect doet zeer. Het liedje Raconte-moi is over en voor haar. Tranen maken mijn zicht nog meer troebel. Wat doe ik hier tussen deze levende lijken? Waar is mijn moeder?
‘Dit liedje is voor u, Madame, u weet waarom’, zegt Bruel en richt zich tot niemand in het bijzonder. Hij aarzelt even.  Het symfonisch orkest zet de eerste noten van Adieu in. Heeft Bruel het tegen mij? Gooide mijn moeder het op een akkoordje met deze Franse ster ? Praat ze via hem? Moet hij de klus dan maar klaren, zingt hij de laatste woorden?  Moet ik het daarmee doen? Mijn moeder is geen lafaard, Bruel geen verrader. Waarom gaat ze mij uit de weg? Adieu – Je n’ai plus de questions – Mes yeux sont abîmés- Mon cœur perd la raison. *
Een zinsbegoocheling, een kortsluiting van mijn brein, hooguit een farce. Meer is deze transcendentale toestand niet. Mijn geloof in de hemel heeft nooit bestaan. Hoe ver was ik heen om mij door deze fantasie te laten leiden? Muziek van Bruel die mij altijd zo gelukkig kon maken, die mijn humeur van historische dieptepunten tot euforische hoogtes kon brengen, zou ik voortaan steeds associëren met deze goddelijke trip. Misschien is dat nog de ergste straf. Boetedoening voor mijn opportunistische geloof in een hemel.
Het praten in mijn hoofd met mijn moeder begon direct na haar overlijden. Ik praatte met haar via een stemmetje dat leefde in mijn gedachten. Eerder gevoerde gesprekken zette ik verder, herhaalde ik tot ik wenselijke versies bekwam. Ieder gesprek met eender wie was een stencil. Ik raakte niet verder. Zou niet verder raken zonder dit laatste gesprek. Het stemmetje was mijn moeder niet, evenmin mijn geweten. Ik overschatte afscheid. Ik dacht dat afscheid nemen mogelijk was. Niet dus. Je neemt geen afscheid van je moeder. Je wordt je moeder.

Het weer in Parijs dat eerder op de dag zo hemels leek, is omgeslagen en de nacht guur. Ik dwaal door de stad. Op zoek naar iets dat ik niet kan vinden. Er is geen chauffeur meer te bekennen, laat staan een bestemming.  De Boulevard Haussmann boezemt mij angst in. Deze brede weg geeft de wind vrij spel. Ik struikel bijna. Een bedelaar ligt op een opengescheurde kartonnen doos met een goedkope fles wijn naast hem, in zichzelf te praten. Of te foeteren op de wereld. Wie zal het zeggen? Ik sla rechts de Rue de Rome in. De etalages van de vele muziekwinkeltjes die mij anders charmeren, staan mij nu tegen. Mijn verwachtingen waren irreëel en uiteraard niet ingelost. Het is niet anders. Ik word moe van mijzelf. Hoe had ik kunnen hopen mijn moeder te ontmoeten? Wat bezielde die chauffeur, waar kwam zijn valse belofte vandaan?
De koude neemt het van mijn denken over. Ik huiver. In de buurt van het Gare de Lazare is nog aardig wat volk bijeen. Warme koffie zou soelaas kunnen bieden. Ik loop door. Weg van de menigte. Ik kom uiteindelijk aan het Place de Clichy. Een plein waar behalve het achtste, negende, zeventiende en achttiende arrondissement, ook veel culturen samen komen. Ik hou van dit plein. Het monument stelt maarschalk Moncey voor,  Moncey die Parijs verdedigt. Een open plein en toch een veilige burcht. De vele winkeltjes in de Avenue Clichy zijn nog open. Kraampjes met een amalgaam aan goedkope spullen. Misschien vind ik hier wel handschoenen. Mijn handen gloeien van de koude. Bij een Pakistaan die allerlei textielwaren etaleert, stap ik binnen. Aan de geïmproviseerde toonbank staat mijn moeder, met een paar blauwe lederen handschoenen in haar handen. Zonder iets te zeggen geeft ze ze aan mij. Veel verder dan mijn lippen van elkaar brengen, kom ik niet. Ik stamel tenslotte ‘Merci’ – zonder haar blik los te laten.

Nerveus open ik het tweede pakje dat onder de kerstboom ligt. Het strikje wringt wat tegen. Mijn ongeduld scheurt het fraaie inpakpapier dat een paar blauwe lederen handschoenen onthult. Ze voelen warm aan.

Patrick Bruel, vous êtes énorme, mais vous êtes énorme!

Patrick Bruel

Ik heb de liefde van mijn leven bedrogen. Ik ga vreemd, jawel, en ik heb geen spijt. Gustave Flaubert staat zelfs aan mijn kant: overspelige liefde is de mooiste liefde. Ik kan amper  aan iets anders denken. In mijn hoofd is het al een beklonken zaak: ik wil mijn elektrisch deken ruilen voor Patrick Bruel. Et voilà.
Daar stond hij dan. Op het podium. Helemaal in het zwart. Zijn ogen nog donkerder. De kledij, wat veel leder, moest allicht zijn viriliteit accentueren. Een overbodige opgave. Daar stond hij dan – wijdbeens, uiteraard, microfoon tussen de handen.  Zijn publiek opgezweept, hysterisch. Daar stond hij  dan – Patrick Bruel. Mijn nieuwe deken, zeg maar.
Casser la voix zong hij. Wat anders. Si, ce soir, j’ai pas envie d’ rentrer tout seul, si, ce soir, j’ai pas envie d’rentrer chez moi – en dan dat lachje. Héhé. Si, ce soir, j’ai  pas envie d’ fermer ma gueule, toi ce soir – weer dat lachje – ou toi ce soir – weer dat lachje. Ik:  évidemment Patrick.  Geen gewoon lachje. Plus fort. Ja, ja. Saute, saute, saute – al die dames die voor hem staan te springen, zullen hem  ook niet onberoerd laten. Patrick Bruel is gewoon seks. Maar ook meer dan seks alleen.
Patrick Bruel is van joodse afkomst en verhuisde als kind met zijn moeder van Algerije naar een Parijse voorstad. Patrick Bruel is die jongen die geweldig kan zingen, die weigerde in Toulon op te treden omdat de burgemeester tot het Front National behoorde, het is die jongen die afgelopen donderdag Viva for life van de RTBF opende in Charleroi, op de Place de la Digue. Ja, het wordt een warme week. Patrick Bruel is die jongen die Trés souvent, Je pense à vous schreef. Patrick Bruel is tja, enorm.
Hoe ik mij nu voel? Wel, als de Emma Bovary onder de dekens, geloof ik.
Vous étes énorme, mais vous êtes énorme zegt hij tot slot.
Beste lezer, voor mij straks geen deken onder de kerstboom, maar Patrick Bruel, live. Et ben, Patrick Bruel, vous aussi, vous êtes énorme.