Brief aan minister Peeters

Beste Minister Peeters,

Hebt u goed geslapen afgelopen nacht? Of laat die kleine storm aan reacties op uw uitspraak ‘we leven allemaal boven onze stand’ u koud? Ik vraag mij dat af. Ik heb schaamrood op de wangen sedert ik het verguisde interview las. Plaatsvervangende schaamte of gewoon een rode kop van woede. Wat bedoelt u precies, Meneer Peeters, met iedereen leeft boven zijn stand? Over welke stand heeft u het ? Of varieert die stand naargelang de soort mensen waar u het over heeft? Want er zijn blijkbaar soorten mensen: mensen die kapitalen versassen en mensen die onder de armoedegrens leven, en vele varianten daartussen.  Welke maatstaf hanteert u precies? Of gaat u gewoon van uw eigen loon – dat u uiteraard verdient – uit? U spreekt over nog meer besparingen. Hebt u enig idee wat dit betekent voor een modaal gezin, voor een gezin zonder buitenlandse rekening? Beseft u wat dit inhoudt voor bijvoorbeeld alleenverdieners, voor alleenstaande ouders? Consulteert u wel eens mensen die gebukt gaan onder al die besparingen? Of gaat u van gratuite veronderstellingen uit zoals men dat ook doet als men het over de Grieken – luie koppigaards die ook boven hun stand leven – heeft? Wordt ‘we leven allemaal boven onze stand’ het nieuwe cliché dat de Belgische geschiedenis ingaat?  Is het Griekse model van besparingen uw voorbeeld?
Meneer Peeters, ik ben een alleenstaande moeder. En ik doe niet aan leven volgens een bepaalde stand. Ik probeer te overleven, zoals zoveel anderen. Ik kan mijn stem laten horen, want dat is mijn werk, en daarom wil ik u vragen: vooraleer u zulke boude uitspraken doet, maak dan eens een rekensom. Neem het gemiddelde nettoloon van een Belg, trek daar alle kosten vanaf – van energie tot kinderopvang – en zie dan eens wat er rest, als er al iets rest. Maak de rekensom een tweede keer en vertrek nu  van een uitkering als inkomen. Probeer  uw uitspraak nu te herhalen zonder wrange smaak in uw mond te krijgen. Als de rekensom niet lukt, wil ik u graag helpen.

Een fijne zondag.

Met vriendelijke groeten,
Sigrid Lapiere

Verloren honden en eenzame zielen

Afgelopen week speelden honden een cruciale rol in het leven van alledag. Vreemd is dat. Ik heb niets met honden. Verre van. Ik vind ze stinken, vies en kwijlerig. Niets voor mij. Toch heb ik een hond als vriend: de hond van mijn zus. Hij is mijn fan, misschien wel mijn grootste fan. Hij is dol op mijn gebak. En ik tolereer hem. Op afstand. Een paar dagen geleden bakte ik klaaskoeken. En in de diepvriezer zitten er nu enkele koeken. Voor hem. Jawel.
Vandaag ben ik Chiens perdus & coeurs solitaires van Lucy Dillon gestart. Een heel luchtig boek dat volledig kadert in het project: simplify your life en ook over honden gaat. Of wat had je gedacht?  Later beslist meer hierover.
Een artikel in MARK-magazine trok vanmorgen mijn aandacht, over honden die mee mogen naar kantoor. Het zou goed zijn voor de gezondheid, de sfeer en de werkdruk. En dan heb zelfs ik geen bezwaar.
Helemaal honds was het ontwerp van KB dat Kris Peeters, de federale minister van werk, afgelopen week neerlegde. Uurroosters voor deeltijds werkenden moeten maar één dag op voorhand bekend gemaakt worden. De verplichting om uurroosters in het arbeidsreglement op te nemen, verdwijnt. Alle uurroosters zijn mogelijk, deeltijdse werknemers de speelbal. Ik moet spontaan aan Combineren in je eentje denken, het proefschrift van Christien Gilleir over hoe alleenstaande ouders arbeid en zorg verenigen. Het werkstuk legt heel nauwkeurig de vinger op de wonde, hoe moeilijk alleenstaande ouders het hebben om die twee essentiële taken te combineren. Veel alleenstaande moeders werken deeltijds of niet. Hoe kun je een maatregel, waarmee je het nog moeilijker maakt voor ouders om bijvoorbeeld kinderopvang te organiseren, rechtvaardigen? Alleenstaande ouders hebben een heel eng netwerk,  amper sociale contacten en bedroevend weinig vrije tijd. Als ze zich al bijvoorbeeld engageren tot vrijwilligerswerk, een cursus volgen, sporten of wat dan ook op regelmatige tijdstippen, wordt zelfs dat gehypothekeerd door slaafse uurroosters. Waar is die participatie heen? Wat bezielt een minister van werk om van deeltijdse werknemers slaven te maken, slaven van tijd die niet meer de hunne is? Hoe maak je op die manier werk werkbaar? Hoeveel werknemers zullen een dergelijk regime volhouden?  Hoe houd je iedereen aan boord? Hoe evolueert de samenleving?
De gevolgen voor deeltijdse werknemers zijn niet min, ook niet voor de werknemers die niet alleenstaand zijn. De maatregelen leggen de werknemers letterlijk aan banden en maken van hen verloren honden en eenzame zielen.