Marsepein

Sinterklaas is altijd een beetje marsepein. Stilaan zie je bij de patissiers die kleurrijke, mooi gevormde figuurtjes in de etalages verschijnen. Behalve appels en de klassieke wortels fleuren allerhande creaties hun winkel. Marsepein heeft iets hemels.

Afgelopen zomer botsten we bij toeval op een marsepeinmuseum in Keszthely in Hongarije. De ontwerpen waren magistraal.
Jeno en Agnes Simonfal zijn marsepein-experten. Marsepein zit in hun DNA. Na twintig jaar in de patisserie gewerkt te hebben, beslissen ze in 1996 hun museum te openen en hun expertise te etaleren. Hun oom Karoly Szabo, afkomstig uit Hongarije, was één van de meest vermaarde patissiers en hun leermeerster. Hij had carrière gemaakt in Libanon en had zelf een marsepeinmuseum geopend toen hij naar Europa terugkeerde. Hij leerde zijn nichtje de stiel. Het resultaat zien we in Keszthely. Ik ben onder de indruk. Gebouwen, figuren, boeken, kastelen: alles staat er in marsepein.
Enkele dagen later treffen we nog een ander marsepeinmuseum bij een koffiebar in Szentendre. We bezoeken daar de ateliers waar er hard en precies gewerkt wordt aan de marsepein-creaties.
Marsepein boeit mij, niet alleen omdat het zo lekker is. Herinner je nog Rino en de patissier van Boulevard de Clichy in Parijs? Ook daar zag ik de mooiste ontwerpen van dat goedje.

Marsepein maken is niet eens zo moeilijk. Het belangrijkste zijn de amandelen, liefst van een uitstekende kwaliteit.

Wat heb je nodig?
80g amandelpoeder
120g bloemsuiker
20g water

Hoe ga je te werk?
Meng alle ingrediënten in een kom en kneed met de handen. Verpak de marsepein in plasticfolie en zet in de koelkast.
Water wordt al eens vervangen door eiwit. Ikzelf vind marsepein beter – minder vettig – met water.

Je kan uiteraard variëren met kleur door kleurstof (speciaal voor gebak) toe te voegen. Je kan ook kleine bolletjes vormen en ze doorheen cacaopoeder rollen. Mogelijkheden in overvloed. Ben je heel creatief? Waag je dan eens aan het maken van een roosje .

Succes!

20160808_121814
Creatie uit het marsepeinmuseum in Keszthely

 

20160810_164733
Atelier bij het marsepeinmuseum in Szentendre
20160810_164313
Creatie uit het marsepeinmuseum in Szentendre
20160206_152237
Etalage van de patissier langs de Boulevard de Clichy in Parijs

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina

Advertenties

Pour un flirt avec toi

KnipselVaal. Een beter woord kent Rino niet. Vaal zijn de kleuren in het eerste deel van de Boulevard de Clichy. Kleuren die je ook wel eens op mislukte foto’s ziet. Op de plaatjes die zijn moeder schiet toch. Ze heeft geen talent voor fotografie. Zelfs niet om een foto van het mooiste panorama te nemen. Overbelicht, scheef, te donker, naast de kwestie, vaal. Zo zien haar foto’s eruit, zo ziet de straat eruit. Rino weet niet hoe het komt. Veelal hebben de seksshops langs de Boulevard de Clichy kleurrijke etalages met felle neonverlichting en al even bonte bezoekers. Maar tijdens de ochtend zijn de winkels levenloos: geen licht, geen klanten. Op dit vroege uur heeft het clientèle geen nood aan die vreemde objecten die ostentatief de etalage vullen en meer dan eens op Rino’s lachspieren werken. Zelfs de Moulin Rouge oogt doods. De verlepte, fluwelen overgordijnen zijn dicht. Bijna dicht. Geen theater in de ochtend. Achter de gordijnen wemelt de poetsploeg, die alle sporen van wat voor erotiek moet doorgaan, weg boent. Rino houdt van deze buurt. Van de hele Clichy omgeving eigenlijk. En dat is al een aardig stukje Parijs. Het negende en achttiende arrondissement worden geroemd omwille van de opera Garnier, galeries Lafayette en Montmartre natuurlijk, maar hij voelt zich thuis in dit deel van la neuvième. Geen snobs, geen uitgekookte toeristen, maar diverse, gewone mensen die een leven hebben, hier op staat, niet op sociale media. Van die authenticiteit houdt Rino.
Neem nu Marie-France, het meisje van de krantenkiosk. Iedere ochtend fluit ze hem na en roept, Ah mon beau gosse salut. Hij lacht terug en bloost steeds een beetje, zeker als zijn moeder naast hem loopt. Marie-France is geestig en volgens zijn moeder verliefd op hem. Dat laatste weet Rino niet zo zeker. Hijzelf is niet verliefd, nooit geweest. Tenzij op Emma, het meisje uit de lagere school, de dochter van de chocolatier. Al twijfelt hij eraan of zijn liefde naar haar of eerder naar de pralines uitging. Verderop houdt Sandrine een karaokebar open. Sandrine is mollig en stapt moeilijk. Ze is ’s ochtends steeds in de weer met dweilen, borstels en emmers. Ze staat meestal buiten, te foeteren op de wereld. Maar als Rino voorbij komt, zingt ze: Pour un flirt avec toi. Rino lacht hartelijk. Sandrine is veel ouder dan zijn moeder, maar minstens zo lief. Hij zwaait en loopt verder. De geur van gebak lokt hem.

Rino en de geur van amandelen 1

De vroege zon maakt van la Place de Clichy een bijzonder tableau vivant. De lichtinval geeft het standbeeld van Maarschalk Moncey een buitengewone gratie, een air bij wijze van wraak jegens het droevige regenweer van afgelopen dagen. Het is druk op het plein – zoals altijd – maar toch dat ietsje extra op zaterdagmiddag. Terrassen dagen wandelaars uit, wandelaars laten zich verleiden en spelen het spel van Parijs mee. Een spel dat ze als geen ander beheersen. Verleiden en verleid worden. Niet zelden is een koffie, veeleer dan een vrouw of een man, de inzet.
Rino staart naar de affiches die de cinema aan de Place de Clichy etaleert. Een nieuwe Alvin. Hij glimlacht. Misschien vanavond, met zijn vrienden. Rino droomt wat weg en dwaalt af naar de zetel van zijn kinderjaren. Uren heeft hij in een groene, lederen sofa gezeten, gelegen, gehangen. En naar de film Spirit gekeken. Wel duizend keer. En iedere keer weer ontroerd geraakt. Spirit was zijn held. Vrijgevochten en bandeloos. Zijn grote voorbeeld. Nu nog steeds.
Hij steekt de weg over om de Boulevard de Clichy in te lopen. De zon pept zelfs deze weg wat op. Verdwaalde toeristen slenteren naar Montmarte en houden de Boulevard de Clichy voor rue des Abbesses. Tot ze op de etalages van de sexshops stuiten en merken dat ze niet de gezellige winkeltjes treffen die hun gids hen belooft. Zij wijzen naar de Moulin Rouge – dit cabaret kent hun gids dan wel weer. Rino belandde ooit zelf, jaren geleden, met zijn moeder in deze wijk, plan in de hand. Hij zocht geen sexshop, Moulin Rouge evenmin, maar hij was op weg naar een patissier – de beste marsepeinmaker van Parijs.
Rino groeide op in België, dik tegen de zin van zijn moeder, die in hart en ziel een Française was. Alleen haar identiteitskaart dacht daar anders over. Zijn moeder wilde zo graag in Parijs wonen, maar Rino studeerde nog. Zijn school afmaken in België – dat was het plan. Daarna was alles mogelijk. Als kleine jongen en ook later ging hij heel vaak met zijn moeder naar Parijs. Ze kenden de stad door en door. Met de tgv stonden ze in een uur in het Gare du Nord. Ze namen de metro tot Gare Saint-Lazare. Chez soi. Ze lonkten naar de etalage van A la mère de famille, op zoek naar een eerste koffie. Keer op keer. Ze hadden zo hun rituelen. Maar dat was jaren geleden.

20160206_152237
Rino was een goede student en het lag voor de hand dat hij naar de universiteit zou gaan. Zijn moeder drukte het hem meer dan eens op het hart: studeren, een diploma halen is belangrijk. Maar evengoed zei ze dat hij zijn passie achterna moest. Zijn moeder sprak uit ervaring. Zelf was ze veel liever bakker geworden. Kneden was voor haar pure magie, gebak een sensatie. Rino hielp zijn moeder vaak in de keuken. Ze bond hem een schort voor en hij mocht roeren, mixen of zelf eens kneden. Maar zijn liefde ging uit naar het maken van figuurtjes uit marsepein. Zijn lange speelmiddagen met plasticine zaten daar allicht voor iets tussen. Hij leek heel behendig en nauwkeurig in het ontwerpen van roze biggetjes . De geur van amandelen deed hem dromen. Nog magischer was zijn moeders receptenboek van A la mère de famille: een wonderboek met groene kaft, oranje letters en een oranje sierlint, de kleuren van hun winkels in Parijs. Het boek nam de kleine Rino mee naar Parijs, naar de stad met heerlijk gebak. Het boek rook naar de sjaal van zijn mama die onder zijn hoofdkussen lag; het boek rook naar amandelen, naar heerlijke amandelen. Het boek was zijn droom. Ooit zou hij zelf de beste pâte d’amandes maken. Nog beter dan zijn mama dat kon. Ooit.