Ik zal jullie iets vertellen over een jongen. Een jongen die jullie misschien niet allemaal kennen. Zijn naam is Greg. Greg Zlap.

Bij mijn moeder in de keuken hadden we een lade waar je zowat van alles kon in vinden. Snuisterijen, vergeten schatten. In die lade vond je ook een mondharmonica van mijn broer. Een mondharmonica met een deukje. In feite was mondharmonica een woord dat wij niet gebruikten; wij spraken over mondmuziek. En daar komt het eigenlijk wel op neer: wervelende muziek die als het ware uit je mond komt. Steeds weer was mijn broer verrast over de geluiden die hij uit dat dingetje kon toveren. Eenzelfde verwondering zag ik bij mijn zoon toen hij een mondharmonica te pakken kreeg. Fascinatie kreeg toen een andere invulling.

Toen Greg zijn eerste mondharmonica kreeg, stond de wereld stil. Zo stel ik mij dat voor. Of beter: de wereld lag aan zijn voeten. Als jonge jongen verhuisde hij van Polen naar Parijs om aldaar een muziekcarrière uit te bouwen. Natuurlijk heeft hij vooral naambekendheid gekregen door zijn indrukwekkende solo bij Gabrielle van en door Johnny Hallyday tijdens de Rester Vivant-Tour. Uiteraard. Het was ook van een zeldzame schoonheid. Maar Greg is meer dan dat. Greg is blues, blues die spreekt uit zijn muziek en zijn ogen. Greg is passie, passie die spreekt uit ja, ja.

Het album Air is van een bijzonder gehalte en absoluut één van mijn favorieten. De single Je ne pense qu’ à toi doet mij huilen – steeds weer – en zijn nieuwe plaat met Will Barber, Le Duel heb ik zo’n duizend keer beluisterd. Nog nooit heb ik iemand op een dergelijk bijzondere manier Tu m’étonnes horen uitspreken.

Bon, ben je benieuwd naar de muziek van Greg Zlap, koop dan zeker Le Duel.

Wil je hem live aan het werk zien? Dat kan. Hij treedt op vrijdag 9 november 2018 op in La Traverse in Cléon. En oh ja, ik zal er zijn.

FB_IMG_1541089987375

Advertenties

Liefde overwint alles

20170405_150537De dag nadat mijn moeder stierf, vroeg mijn zoon of je kon sterven van verdriet. Hij was toen zeven. Ik weet niet wat mij het meest aangreep: dat hij die vraag stelde of dat hij eigenlijk het antwoord op die vraag kende. In dat kleine hoofd van hem speelde er zich van alles af. Stel je voor dat zijn moeder het ook nog begaf. Ik nam hem op mijn schoot en vertelde hem dat je inderdaad kon sterven van verdriet, van heimwee, van gemis, maar dat liefde alles overwint. En dat mijn liefde voor hem zo groot is dat ze altijd sterker zal zijn. Hij gunde mij een glimlach en leek gerustgesteld en eigenlijk wijzer. Nu, ruim zeven jaar later, zegt hij mij nog af en toe dat liefde alles overwint. En dan knipper ik eens met mijn ogen.
Mijn moeder wist ook dat je van verdriet kon sterven. Ik heb haar vaak horen vertellen dat haar vader stierf uit verdriet voor zijn vrouw en kinderen die eerder stierven. Ook zij knipperde dan eens met de ogen.
Toen mijn moeder stierf, was ik ziek van verdriet. En nu kan ik nog steeds die druk op mijn borstkas of die stekende pijn in mijn maag voelen. Verdriet doet zeer.

Nauwelijks twee weken geleden keerde ik terug van Tolo, liet ik weer achter wat mij zo dierbaar is. De laatste ochtend wandelde ik alleen naar de zee en daar voelde ik die stekende pijn in mijn maag. Op de terugweg stopte ik bij de bakker voor een latte. En we knipperden eens met de ogen. Later die dag, tijdens de vlucht naar Brussel, werd ik ziek. Koorts, hoesten.  Ineens. Zonder aanleiding. Of toch wel. Ik had verdriet, heimwee en miste zowat heel Tolo. Dan al. Tegen de tijd dat ik in België was, werd ik doodziek en kreeg een longontsteking. Mijn zoon zei dat ik weer helemaal in orde zal zijn als we terug zijn. Liefde overwint alles, weet je wel. Hij heeft ongetwijfeld gelijk. En voorlopig red ik mij met zijn liefde, met gember, citroen en honing, met muziek van Johnny Hallyday en ook wel met antibiotica. Alles komt goed.

Over moederdag, George Ezra en Dropsolid

Na enkele intense werkdagen zit ik met mijn zus op het dak van de Passé Simple, een brasserie in Moeskroen. Uit te blazen, bij een glas wijn. Alhoewel, uitblazen is niet direct het juiste woord. Ik doe nog steeds uiteenzettingen over afdelingswebsites, waar ik nu mee bezig ben. Uiteenzettingen en uitleg geven, alsof ze daar in geïnteresseerd is. Maar mijn hoofd is vol van websites en dus luistert ze. Mijn collega heeft een woord voor hetgeen ik doe: aflopen. Bon, dat aflopen duurt wel even. Maar werken aan een dergelijk project is best heftig. En loslaten is moeilijk. Ik vraag mijn zus hoe het komt dat wij zo moeilijk kunnen loslaten, waarom wij niet tijdens de uren doen wat we moeten doen en klaar. Zij weet het antwoord. Het heeft met verantwoordelijkheid nemen te maken, zegt ze. En we zijn zo opgevoed, voegt ze er nog aan toe. Dat is waar. Mijn moeder was een vrouw van verantwoordelijkheid nemen, van oplossingen zoeken en vinden. De term Agile was haar nog niet bekend, maar haar levenshouding was toen al gekenmerkt door een bijzondere wendbaarheid.
Mijn moeder zou trots geweest zijn op hetgeen ik doe. Op de kansen die ik krijg en neem op mijn werk. Want werken aan een dergelijk project maakt moe, maar gelukkig. Bij dat geluk helpt een bedrijf waar we mee samenwerken. Dropsolid draagt de wellbeing at work hoog in het vaandel. En dat merk je. Je hebt te maken met mensen met veel goesting voor hun werk. Dat is aangenaam. En ze zijn efficiënt en in agile hadden ze nog mijn moeder lessen kunnen geven. Het zijn goede jongens daar. Ook mijn moeder had van hen gehouden. Mijn moeder hield van mensen die hun passie en hun dromen volgen. Ze zou ook gehouden hebben van mon ami Frank, de kassaman in de Colruyt, die mij vraagt of de rode tulpen in de winkelkar voor mij zijn. En dan vertelt hij dat ik gelijk heb, dat je ook jezelf eens bloemen moet geven. Bonne fête zegt hij nog, als ik met de caddy wegrijd. Ik lach en verdenk hem ervan dat hij ook iets aan zijn koffie toevoegt. Zoals Antonios in Tolo. Ik was al weken in Griekenland voordat ik hem durfde vragen waarom hij altijd koffie in een klein glaasje dronk. En toen lachte hij en vroeg of ik eens wilde proeven. Ik zette het glas aan mijn lippen en werd quasi dronken van de geur. Mijn moeder had ook erg van Antonios gehouden.
En dan stap ik in mijn wagen, zonnebril op, olie in het haar, George Ezra zingt dit liedje en ik besef dat ik geluk heb, dat ik zo’n moeder had.
Aan de vooravond van moederdag wens ik alle moeders, behalve alle vanzelfsprekendheden die het moederschap met zich meebrengt, een zonnebril, blote benen, een heerlijk parfum, olie in hun haren, George Ezra in hun radio, hoge hakken en een fijne job. En ook wel een vliegticket naar Athene. Fijne moederdag.

20170704_100556
Bon, als je dat vliegticket te pakken hebt, en je rijdt nog 250 km naar het zuiden, dan kom je hier terecht, in Tolo.

Dat ik je mis

Ik heb slecht geslapen. Mijn zoon hoestte, de hele nacht. Als hij hoest, hoor ik mijn moeder. Ze hoestte ook. Nachten lang. En zo lag ik wakker. Te luisteren naar de hoest.
De dag was niet goed begonnen, ondanks de zon. Dus ging ik naar het kerkhof, waar zelfs de bloemen dood zijn.
En een Luxemburger won vandaag Luik-Bastenaken-Luik, net zoals in 2009, toen ik daar in Ans met mijn moeder en zoon Andy Schleck als eerste over de finish zag rijden.
Ik kwam vandaag in de buurt waar mijn moeder vandaan komt, waar alles anders en toch hetzelfde is gebleven.
Tijd heelt niet alle wonden. Tijd bevestigt hooguit wat je al lang wist.

Dank je wel mama. Dank je wel Wouter.

Ik ben misschien wat te oud voor Harry Styles. Dat jonge knaapje geeft al de hele dag het beste van zichzelf, in mijn oren. Sign of the times, zingt hij. Terwijl ik voortdurend dat ene zinnetje van Wouter Vandenhaute hoor: dank je wel mama. Dat zei hij deze ochtend op het einde van het interview met Christel Van Dyck. Dank je wel mama. Ik heb het wel voor Vandenhaute. De man weet iets zinnigs over koers te vertellen; dat op zich is al een verdienste. Bovendien heeft hij een – ik wik mijn woorden – arrogantie waar ik erg van hou. En hij is goed in wat hij doet. En hij houdt van koken. En hij bedankt zijn moeder.
De Rotonde gaat over de afslagen in het leven, vandaag over de afslagen van Wouter Vandenhaute. Ik luister er al eens naar. Christel Van Dyck is een goede interviewster; ze laat haar gasten praten. Zo’n interview doet je onvermijdelijk over je eigen keuzes nadenken. Wat en wie heeft je eigen leven bepaald of juist niet. Ikzelf kom dan al gauw uit bij mensen die mij dierbaar zijn, of net de afwezigheid ervan. Ik kom uit bij onderwijs en cultuur. Ik kom uit bij professionele prestaties.
Hoe zou mijn leven eruit gezien hebben indien mijn vader was blijven leven? Wie was ik geworden als ik niet de sociale sector, maar pakweg de patisseriewereld in gegaan was? Wat was er van mij geworden als ik A.F.Th. Van der Heijden niet had ontmoet noch gelezen? Hoe zou mijn leven eruit zien zonder de muziek van pakweg Patrick Bruel? Hoe anders had mijn leven verlopen als ik die paasvakantie niet naar Tolo was getrokken? Wat was er van mij geworden toen ik daar in Gent, na de start van Gent-Gent ( de omloop eigenlijk), niet dat café was binnengegaan? Hoe zou mijn leven zijn zonder Dalida of Editors of jawel, Harry Styles? Hoe zou het zijn om nooit de sensatie van een suikertaart van Bloch ervaren te hebben? Wie was ik geworden toen ik na de uitreiking van de flandrien niet met Cancellara op stap geweest was? Hoe zou mijn leven zijn zonder ooit Les Vans gezien te hebben? Wat zou mijn leven betekenen zonder de boeken van Jonathan Franzen? Wie was ik zonder kind? Hoe zou mijn leven voortkabbelen zonder Anil Ramdas of Michael Chabon gelezen te hebben? Wie zou mij troosten als ik Bach niet kende? Wie was ik geworden zonder Guy Mortier die bij aanvang van het concert van The Triffids “Ook voor jou Marc” zei? Wat zou er van mij geworden zijn toen ik die dag niet naar Brussel getrokken was? Hoe anders zou mijn leven zijn zonder over Place de Clichy geschreven te hebben? Wie was ik geworden zonder koers? Zonder Wouter Vandenhaute? Wie ben ik geworden zonder moeder?
Dank je wel mama. Dank je wel Wouter. Voor zoveel keuzes.

Bach en de schilder

Kerstmis is het feest van de vrede. Dat zeg ik vaak, ook tegen mijn zoon. Waarop hij dan antwoordt dat hij veel liever jaren later geboren werd. Dan zouden al die oorlogen opgelost zijn. De naïviteit van een veertienjarige. Ik, niet meer zo naïef, zeg hem dat oorlogen van alle tijden zijn, maar dat we toch altijd ons best moeten doen voor de vrede. Door liefde te tonen bijvoorbeeld. Als hij op school aankomt, stuurt hij mij een sms: “Tot vanmiddag mama”. Een moederhand is rap gevuld.
Kerst is ook de tijd om wat verdraagzamer te worden. Daar denk ik aan als de schilder zijn auto voor de deur parkeert en de autoradio keihard aan laat staan terwijl hij in het huis aan het werk is. In de kamer waar hij plamuurt, staat het raam open. Op die manier kan hij genieten van zijn muziek, denk ik. Hier beneden klinkt kerstmuziek van Bach. Smaken verschillen. Ik maak geen opmerking over de radio, terwijl ik dat wel verschrikkelijk vind. Het is immers bijna kerstmis. Ik vraag hem of hij koffie wenst. Neen. Geen koffie dus. Ik zeg hem niet dat zijn radio stoort en dat ik stielmannen in huis verschrikkelijk vind. Ik zeg hem niet dat ik hem en zijn muziek tolereer omdat het Kerstmis is. Ik zeg hem niet dat mijn zoon en ik vinden dat Kerstmis het feest van de vrede is. Ik zeg gewoon niets en luister naar Bach.

Knipsel

 

Ik ben seffens terug

Mijn moeder had de gewoonte om een briefje aan haar deur te hangen als ze mij verwachtte terwijl ze vlug boodschappen wilde doen. Op een hoek van een gebruikte enveloppe krabbelde ze Ik ben seffens terug. Achteraf vind ik die zin wat raar. Seffens was een woord dat wij niet gebruikten. En toch schreef ze dat. Soit. Mijn moeder komt niet meer terug. Mijn moeder is dood. Nu al heel wat jaren.
Zo’n kattenbelletje zit opgevouwen in mijn agenda. Ik plooi het nooit open, want dan huil ik een halve dag. Als ik eraan denk dat dit briefje daar zit, huil ik ook een halve dag. Ik ben een mens van rommel: in mijn hoofd, in mijn huis, in mijn leven. Ik kan moeilijk afscheid nemen van mensen, van momenten, van plaatsen, van herinneringen, van rommel. Zo verzamel ik tickets, briefjes, kaartjes, foto’s alsof ik door die tastbare dingen de herinneringen in leven wil houden en het verlies als het ware wil ontkennen. Tijd heelt niet alle wonden – daar ben ik intussen wel achter. Je krampachtig vasthouden aan spulletjes die verwijzen naar personen of liefde die er niet meer is, evenmin.
Op een overmoedige zondagmiddag had ik genoeg van mijn verzamelwoede. Dat een wildvreemde mij op twitter een emotionele loser genoemd had na het lezen van een tekst op mijn blog, speelde misschien wel mee. Ik was niet zozeer verbijsterd geweest over het feit dat een onbekende mij iets verweet, maar veeleer over het feit dat hij gelijk had. Met een lege kartonnen doos plaatste ik mij met al mijn oude koekendozen vol prullaria in de zetel. Ik scheurde als een bezetene en gooide weg. Van veel zaken kon ik nog geen afscheid nemen, maar het was een begin.
Ik mis de weggegooide spullen niet, ik heb er zelfs niet meer aan gedacht tot ik er nu over schrijf. Voel ik mij beter, lichter? Hm, dat weet ik niet. Ik voel een scheurende pijn die een slepende deur ook moet voelen. Die pijn heeft niets met spullen, maar met gemis te maken. Ik heb er lang over gedaan om dingen weg te gooien omdat ik mijzelf voorhield dat ik het niet kon. Ik kan het natuurlijk wel, de wil was er gewoon niet.

Knipsel

Wat maakt mij gelukkig of veeleer triest?

20170405_150537Vandaag publiceerde De Morgen een artikel over lonen van de Belgen, over het gemiddelde, over hoeveel, over bruto en netto. Dergelijke artikels verschijnen regelmatig en steeds lokken ze veel reacties uit: van mensen die zich of hun loon niet terugvinden in het stuk, die jaloers zijn of gefrustreerd, die gelukkig zijn bij de grote meute te horen of boven het gemiddelde uit te stijgen. Van dergelijke publicaties gaat mijn maag draaien. Maakt geld dan gelukkig? Ik denk het wel. Maar er is veel meer nodig dan geld alleen. Wat maakt mij gelukkig?

  • Mijn zoon, zijn liefde, zijn humor, zijn onhebbelijkheden, zijn kromme tenen, zijn onstilbare honger, zijn knuffels
  • Tolo
  • Gaan eten met mijn zus
  • Vliegen en vooral landen in Athene
  • Schrijven
  • Een kleedje, veel kleedjes
  • Bakken
  • Muziek
  • Lezen
  • De stem van Evert Venema
  • Koffie
  • Een mail van Tina
  • Lachen
  • Lippenstift
  • Staren naar de obers van Le Cosmopolitain in Roubaix
  • Een glas witte wijn
  • De zon
  • Een leuke opdracht
  • Bloemen
  • Solidariteit
  • Mooi Frans
  • Een bad

Wat maakt mij triest?

Gemis en een kapotte frigo

Fijne avond iedereen.

De student en de luie bakker

Nog twee weken klas, waarvan de meeste tijd examens. Twee weken is niet lang, maar op het einde van het schooljaar is ieder uur er één teveel. Mijn zoon is moe, het moe vooral, en hunkert naar vakantie en Griekenland. Toch moet er nog gewerkt, gestudeerd worden. En dus moedig ik aan, verwen ik, vraag de lessen op, aanhoor het gezeur, speel UNO en zucht af en toe. Maar waar ik het meest succes mee oogst, is met gebak. Ook ik heb niet veel tijd. Voor we naar Griekenland trekken, heb ik nog een heel erg lange to do lijst. En toch wil ik bakken. Pannenkoeken. En Boni, het huismerk van Colruyt helpt mij hierbij. Boni heeft een handig pakket op de markt: een mix voor pannenkoeken. Melk toevoegen, bakken en klaar. Precies wat ik nodig heb. Een mix voor de bakker met weinig tijd (of voor de luie bakker, kan ook).

20170601_101716

De pannenkoeken worden geserveerd met rood fruit en wat ijs. Heerlijk. Maar je kan evengoed gaan voor honing, suiker, confituur of zelfs ham en kaas.

Smakelijk en goede examens voor die kleine monsters!

 

De koffiemolen

De koffiebonen zaten bij ons thuis in een groot blik, met bloemen op – in groen en turquoise. Het blik was te groot voor een halve kilo bonen. Maar het bleef het vaste blik voor koffie. Ik herinner mij hoe de boord van de zak bonen afgesneden werd en de bonen in de voorraadpot knetterden. De groene zak met een mooi afbeelding van de koffiebonen geurde lekker. Het waren de koffiebonen van Storme. Toen al.

Koffie was van kinds af aan al een sensatie, een ervaring voor mij. We hadden een koffiemolen. Een oranje exemplaar van Moulinex. Met een deksel uit bruin plastic. Ik herinner mij hoe heerlijk ik het vond om koffie te malen, de koffie in de filter te gieten en dan met mijn kleine vinger langs het wiekje van de molen te draaien om de rest van de gemalen koffie los te krijgen. Ik herinner mij ook het geluid van die koffiemolen. ’s Morgens, als mijn moeder al wakker was en koffie zette, lag ik nog in bed. Ik hoorde het geluid van die molen. Een vertrouwd geluid. Een teken ook dat het tijd was om op te staan. Later brak het deksel van de koffiemolen. Mijn moeder wist het te fiksen. Maar heel vlug schakelde ze, zoals zovelen, over naar gemalen koffie.

Koffie heeft een hele evolutie doorgemaakt, koffie drinken ook en koffiemolens al zeker. Vandaag de dag moeten we weer leren koffie zetten. Lekkere koffie. Niet steeds dezelfde koffie. Koffie die naar koffie smaakt. Wat weten we vandaag over koffiebonen, over verschillende wijzen van koffiezetten, over koffie branden? Te weinig. Koffie is niet zomaar koffie.

En dus heb ik nu weer koffiebonen. En straks een koffiemolen. En ga ik op zoek naar informatie. En ook naar een nieuwe voorraadpot. Een mooi blik, liefst met bloemen op.

animation01

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina of volg mijn instagram-account