Hoezo de Griekse crisis?

Ik herhaal het vaak en tegen al wie het horen wil: wij hebben geen idee wat de crisis voor de Grieken betekent.

Mijn zoon en ik stappen van Tolo naar Asini, niet naar het oude Asini met de archeologische site, maar naar het dorpje. Afgelopen nacht regende het en de temperaturen zijn wat gezakt. Asini is één van de armste plekken die ik ooit zag. Veel lege gebouwen verkrotten, andere zijn niet afgewerkt en staan al jaren in een ruwbouw die nu allicht eigendom is van een bank. Mensen die plannen hadden, zagen ze om één of andere reden: job kwijt, minder loon, helemaal geen loon meer – gedwarsboomd. Wat rest, is een ruïne aan ellende.
In Asini is alles oud: de gebouwen, de mensen de gebruiken. Post wordt er bedeeld via postbussen, een schamele apotheek voorziet in de meest noodzakelijke geneesmiddelen, een paar winkeltjes nauwelijks die naam waardig, zorgen voor wat kruidenierswaren. Er is een bakkerij, waar alles plakt. Water en zeep zijn er al net zo schaars. Op het terras van een cafeetje drink ik een koffie en mijn zoon iets fris. We krijgen er een fles water bij.
Aan een gedenkplaat hangt een foto van een soldaat. Een jongen uit Asini die in 1940 omkwam. De eigenaar spreekt nauwelijks Engels, maar wil mij toch het verhaal vertellen. Zijn vier vrienden die er ook koffie drinken, schieten hem te hulp in verschillende talen, waar ik geen enkele van begrijp. Ze kijken vreemd op van een vrouw die met haar zoon koffie drinkt op een terras. Dat zie je hier niet. In Tolo (en elders) trouwens ook niet.

Het is nu toeristisch hoogseizoen en toch staan in Asini, maar zeker ook in het kustplaatsje Tolo heel veel vakantiehuisjes en appartementen leeg. Er zijn gelukkig meer toeristen dan in de paas- en novembervakantie, maar veel te weinig opdat de handelaars er zouden kunnen van leven. Ook in Nafplio, een stad vlakbij Tolo, met een rijke geschiedenis en heel wat bezienswaardigheden, is het veel te rustig voor een zaterdag in de zomer. Het gaat niet beter in Griekenland. Integendeel. Mensen dragen er zorg voor elkaar en delen, maar meer en meer zie je achter die hartelijkheid en trots de doffe ellende.

Velen voelen zich geroepen om meningen te geven over de Grieken en hun economie. Zelden neigen de uitspraken naar de realiteit. Veel beter zou het zijn – als ik dan al een mening mag geven – dat meer mensen op  reis gaan naar Griekenland, dat velen hier de plaatselijke economie komen steunen. Griekenland is nog steeds een prachtig land, maar dan moet je wel je ogen openen.

20170717_104854

 

Advertenties

Gewenning in Tolo

Vreemd hoe vlug gewenning optreedt.
Na tien dagen Tolo vinden muggen mijn lijf niet langer aantrekkelijk. De beten verminderen en de daarbij horende allergische reactie evenzeer. Eeuwige liefde in muggenland bestaat niet. Ik dank God daarvoor. Of die eeuwige liefde bij de Grieken bestaat, weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat er vlug en veel liefde is. Of ze langer duurt dan tot het strand en terug, daar denk ik niet eens over na. Ik wen aan hun dramatiek. Dat ik al eens zelf in dat bedje ziek ben, helpt natuurlijk. Ik begrijp melodramatisch doen. Als ik met iemand praat, raak ik hen altijd ergens aan. Ik had daar al een zekere aanleg voor. En als iemand een hand op mijn onderarm legt om te benadrukken hoe erg hij meent wat hij zegt, geloof ik hem. Ik wen ook aan de hitte. 33 graden is voortaan draaglijk, vanaf 38 graden vind ik het toch wat lastig. Tussen twee en zes kom ik amper buiten. De stad is dood. Sommigen rusten, anderen zoeken verfrissing op en velen werken onder een airco-installatie. Koffie drink ik in de ochtend, tijdens de dag drink ik liters water en bij het eten al eens wijn. Ik apprecieer anijs. In alles. Ik waardeer ook citroen. In bijna alles. Olijfolie is een prima middel in het haar – weet ik van een nieuwe vriendin. Ik wen er ook aan dat mijn Griekse vrienden van het Engels in het Grieks overschakelen en aannemen dat ik begrijp wat ze zeggen. Als ik in het Nederlands antwoord, geven ze dezelfde indruk. Onze gesprekken zijn intens, met veel gebaren en aanrakingen. Ik wen aan hun hartelijkheid, aan hun genegenheid en dankbaarheid. Ik wen aan hun aanwezigheid. Ik wen eraan dat ik zelf gemakkelijk toon hoe blij ik ben met hen. Ik wen aan de heerlijke groenten en fruit, de yoghurt, de honing, het koekje bij de koffie. Ik wen aan hun trots en begrijp dat ze het even niet over de crisis willen hebben.
Waar ik niet aan wen, is dat Petro en Antonios zonder helm blijven rondcrossen met die scooter. Dan draait mijn maag en heb ik schrik dat hen iets overkomt. Ik ben immers aan hun aanwezigheid gewend geraakt.

Knipsel