Kom nu – of misschien toch wat later.

Ik was een jaar of twintig en mijn leven bestond uit studeren en boeken. Muziek ook. Ik hield van Lou Reed, maar evengoed van Henny Vrienten. Dat waren zowat de mannen in mijn leven. De liefde speelde zich toen al voornamelijk en bij voorkeur af in mijn hoofd. Onbereikbaar. Ik was een vaste klant op Rock Torhout. Zag daar Joe Cocker, U2, The Triffids, Peter Gabriel. Muziek kon mij absoluut gelukkig maken. Nu nog steeds. Voor mijn verjaardag kreeg ik dan al eens een LP cadeau. Mijn moeder stapte  kwiek naar Musica, een plaatselijke platenzaak, met een briefje in de hand: plaat van Lou Reed. Perfect days – zeker.
In die jaren kende het muziekprogramma Tien om te Zien een waanzinnig succes en daarmee de Vlaamse muziekindustrie. Het was niet geweldig mijn ding, maar je werd zodanig met die Vlaamse muziek om de oren geslagen dat iedereen de liedjes quasi van buiten kende. Kom nu van Helmot Lotti was zo’n nummer. Ik heb ooit eens bij de kapper, toen ik met mijn hoofd achterover in een soortement afwasbak lag, deze song luid mee gezongen. Het besef kwam pas later. Ik heb nooit geweten wat de kapper en de andere klanten daar precies van vonden. Schaamte overvalt mij nog steeds als ik er aan terugdenk. Ik was geen fan van Helmut Lotti. Zijn kleren zaten soms belachelijk ruim of onheilspellend strak, zijn fond de teint stak fel af. Nee, Helmut Lotti was niet de man in mijn leven. Van Will Tura hield ik wel. Een aantal jaren later fietste ik van Kortrijk naar Brussel, naar de begrafenis van Koning Boudewijn, om Will Tura Hoop doet leven te horen zingen. Die hoop bracht iets teweeg.
Nu, jaren later, is mijn liefde voor Tura nog steeds even groot. Helmut Lotti heeft intussen een betere styliste en meer smaak, de mannen of de liefde in mijn hoofd – wel, sommige zaken veranderen niet. Ik ben fan van Helmut Lotti geworden. Niet om zijn Kom nu, niet om zijn Tiritomba, maar wel om zijn recent uitgebrachte Faith, Hope & Love. Een prachtige song gebaseerd op de melodie van Hoop doet leven. Vreemd hoe de tijd verenigt. En daar heb je al eens vertrouwen, hoop en liefde voor nodig.

Advertenties

De geliefde van mijn leven

Het was een lange weg, maar ik heb hem dan toch gevonden. De geliefde van mijn leven. Ik ontmoette hem in een winkelcentrum.
Met de jaren word ik kritischer. Dat is zeker waar. Mijn  verwachtingen worden ook alsmaar groter en bijgevolg niet meer in te lossen. Mijn wantrouwen neemt  toe. Tegenover de liefde sta ik quasi weigerachtig, maar niet cynisch.  Met cynisme wil ik de liefde niet benaderen. Die kennis heb ik al: liefde laat geen cynisme toe. En toch is de geliefde van mijn leven geen romantische, intelligente, humoristische, sportieve, rijke, sexy man geworden. De geliefde van mijn leven is daarentegen hartverwarmend, trouw, gedwee, empathisch, dun en volgzaam.  Op de geliefde van mijn leven kan ik rekenen, hij gaat niet vreemd, is stipt. De geliefde van mijn leven respecteert mijn wensen, laat mij mijn vrijheid, dringt zich niet op. Hij is aangenaam gezelschap en gemakkelijk in de omgang. De geliefde van mijn leven staat enkel onder spanning als ik dat wil. Hij is geen slokop, graait de centen niet uit mijn zakken. De geliefde van mijn leven laat zich gemakkelijk inpakken en verplaatst zich soepel. Hij reageert bijzonder verdraagzaam en tolereert mijn gewoel.  Hij zwijgt, hetgeen ik apprecieer.  Is praten niet grandioos overroepen? De geliefde van mijn leven is beslist een nachtmens. Hij raakt al eens oververhit of smelt – maar zijn extreme emoties geen bewijs van echte liefde? De geliefde van mijn leven koelt ook vlug af en  hij heeft een constante geur van lavendel.  Echt waar. Ik heb een levenslange garantie op mijn geliefde. En vanavond is het weer zo ver. Dan treffen we elkaar. Hij zal al in mijn bed liggen: mijn geliefde, elektrische deken.

Groen en blauw

Ze zijn er in groen en blauw. En met velen. Nee, geen kerstbomen, maar de jongens die voor onze veiligheid instaan. Militairen en politiemannen. Jonge jongetjes zijn het. Verrassend jong. Ik heb er mee te doen. Het weer is barslecht tijdens deze dag die amper licht vindt. Ze staan wat onwennig ter plekke te trappelen met een veel te groot wapen. Ook zij zitten nu veel liever bij hun moeder warme soep te drinken. Groen en blauw op straat. Toch hou ik meer van kerstbomen.
Hoe moet het nu met de kerst? Zou kerst dit jaar afgelast worden? Kerst is druk, veel volk, gezellig, familie, feest, pakjes, vrede jawel. Een – laat ons zeggen – ideaal doelwit voor Daesh. Hoe beschermen we kerst? Zou Minister Jambon huis aan huis de kerstbomen bewaken? Ik weet het niet.
Wat ik wel weet, is dat ik ook dit jaar op zoek ga naar kerstkaartjes. Kleurige hebbedingetjes met veel variëteiten van Meilleurs voeux. Kerstkaartjes schrijven is Kerstmis op zich, een bezigheid die cultivatie verdient. Je denkt aan de mensen naar wie je zal schrijven, je slijt uren in de Fnac op zoek naar een authentiek plaatje want aan e-cards doe je niet, je bedenkt wat je die mensen wenst, je krijgt het warm van al die mooie woorden en je pent ze neer, je post het kaartje. Met wat geluk heb je de ontvanger verrast of ontroerd. Hoe blij kan een ritueel je maken?
Ik pleit in deze donkere tijden voor meer kerstkaartjes. In alle kleuren. Ik pleit ook voor kerstbomen op straat. En ik wens de groene en blauwe jongens een heerlijke kerst, thuis bij hun mama.

Tekens

De hond van mijn zus geeft tekens. Als hij op die zeldzame keer een avond alleen thuis is, blaft hij de hele buurt bijeen – tot grote ergernis van die buren. Hij houdt vol – tot hij niet meer alleen gelaten wordt. Krijgt hij koekjes, dan overlaadt hij mijn zus met waanzinnig veel liefde, die zij dan doorgeeft aan mij, want ik ben tenslotte de bakker van dat lekkers. Tekens, signalen zeg maar, zijn de vertolking van zijn gedachtengoed.
Wijzelf, mijn zoon en ik geven evenzeer tekens. We blaffen niet. Toch niet. Maar we sturen zeker signalen uit. We gaan in de kerstvakantie naar Parijs. Dat op zich is niet zo vreemd. We zijn zowat vergroeid met Frankrijk; we wonen aan de grens. Lille, Roubaix is onze chez nous. En toch is onze trip naar Parijs een teken. Omdat Parijs onze liefde is, en die liefde tonen we – blijven we tonen na die bloedige aanslagen. Ons teken betekent ook moed en hoop.  Ons signaal omvat een idee.
Met tekens geven zijn we niet alleen: president Hollande geeft zeker een teken als hij Daesh gebruikt in plaats van IS; Bart De Wever geeft beslist een teken als hij de betoging van een extreem -rechtse beweging toestaat; als mensen concerten organiseren en de opbrengst doneren aan een goed doel, geven ze een teken; als ik het rapport van mijn zoon ga afhalen met rechte schouders in een nieuw kleed, dan zit daar een boodschap achter, als mijn zoon op zijn liefste manier vraagt ‘en hoe gaat het met de moeder ?’, dan geeft hij een teken. Even veel ideeën als tekens.
Afgelopen vrijdag werden in Parijs 129 mensen gedood. Terreurdaden zijn geen tekens. Daar zit geen idee achter. Het is geweld. Alleen maar geweld. Terroristen doen niet aan tekens.