Alleenstaande ouders: het nieuwe sexy

Afgelopen week vroeg ik aan een vriend voor wie hij zou stemmen. Hij antwoordde dat er één allesoverheersend issue is: het klimaat. Dat sprak ik niet tegen. Al meen ik dat er meer allesoverheersende punten zijn: leefbaar leven bijvoorbeeld, een dak boven je hoofd, de ijskast gevuld, een opleiding, een job, een ziekteverzekering. Veel van die punten zijn – gelukkig maar – voor velen evident. Dat is het allicht ook voor die vriend van mij. Maar gezien mijn meer dan enorme sympathie voor de groep alleenstaande ouders weet ik dat het onder meer voor hen verre van een evidentie is. Het is het evenmin voor al die verdoken armen, voor slachtoffers van de economische crisis, voor vluchtelingen, voor al die mensen die ik in het station van Brussel zie slapen. Leefbaar leven is een allesoverheersend issue in België, in Europa en ver daar buiten.

Aan de vooravond van de verkiezingen vraag ik mij af waarom het leven van alleenstaande ouders zo moeilijk is en verder: waarom zijn alleenstaande ouders zo’n niet-sexy groep voor politici?

Op de eerste vraag kan ik zowel kort als uitgebreid zijn. Alleen is niet met twee. Alleen betekent één inkomen, één zorger. En gezien vaste kosten nu eenmaal niet halveren omdat de partner (of jijzelf) er vandoor is, veroorzaakt dit een geweldige financiële impact op het gezin. De druk die dat teweeg brengt is enorm en velen gaan er onder door, kunnen hun job niet meer aan, etc. Je hoort vaak dat een job de remedie is om aan de armoede te ontsnappen. Dat is allicht zo als je minister bent in de Vlaamse regering – ik zeg maar iets. Maar de lonen van ongeschoolden zijn hier zo bedroevend laag dat ook die groep het beslist niet redt, al werkend. Je moet maar eens het verhaal van Indra erop nalezen. Ook de groep geschoolden krabbelt voort, overleeft eigenlijk, want met één inkomen is het dat altijd.

Een job hebben en houden hangt ook nauw samen met de beschikbare en betaalbare opvang. Als je met een laag inkomen de rekening maakt, is het al eens goedkoper om thuis te blijven en zelf voor de opvang in te staan – juist door de lage lonen en hoge opvangkosten. Dat is bedroevend. Breid dan maar eens je netwerk uit. Want dat is ook een klassieker die steeds aangehaald wordt. Breid je netwerk uit zodat anderen ook voor je kind(eren) kunnen zorgen, samen naar een hobbyclub gaan, etc. Als je moegewerkt bent, is je goesting in networking nul. Geloof me.
De work-life balance voor alleenstaande ouders is een contradictio in terminis, een fantasie, want balans is er nooit. Ik pleit er erg voor dat aan de randvoorwaarden bij alleenstaande ouders gewerkt wordt zodat ze hun job kunnen houden of er één te pakken kunnen krijgen. Ik pleit ook voor hogere minimumlonen, dat arbeid meer beloond wordt. En wat als je niet kan werken, door ziekte of doordat dit in een normaal circuit niet lukt? Ook dan moet er veel meer ondersteuning zijn, meer investeringen gebeuren in sociale economie bijvoorbeeld.

Waarom zetten politici hier zo weinig op in? Alleenstaande ouders zijn toch ook stemmers, denk ik dan. Toch? Kortrijk is zowat een toonbeeld voor zijn aanpak van kinderarmoede. Dat heeft heel veel met Philippe Decoene te maken. Ik hoorde hem in dat verband eens zeggen: werken aan kinderarmoede kost geld, veel geld. Dat doet het ook met maatregelen voor alleenstaande ouders en de resultaten zullen maar zichtbaar zijn op lange termijn. Er is ook wat visie nodig. Dat de inkomensgrens bij het uitkeren van voorschotten op alimentatie recentelijk – juist voor de verkiezingen – verhoogd werd is een goede zaak, maar is een maatregel ad hoc. Er is meer nodig dan dat. Sommige maatregelen zijn gewoon ook belachelijk. Weet je dat je als éénoudergezin per jaar 2000 (in plaats van 1000 bij een gewoon gezin) dienstencheques mag kopen? Ik las dat onlangs en moest toch keihard lachen. Wie onder de alleenstaande ouders kan per jaar 18000 euro neertellen aan huishoudhulp? Werkelijk?

En dat alleenstaande ouders geen sexy groep is, een ploeterende bende, wel, ook dat is een fantasie. De energie die van die groep uitgaat, is veelal d-u-i-z-e-l-i-n-g-w-e-k-k-e-n-d. Of moeten we ook met z’n allen met hoge hakken op een campagne-affiche gaan staan?

 

 

 

Advertenties

Ik zal jullie iets vertellen over een jongen. Een jongen die jullie misschien niet allemaal kennen. Zijn naam is Greg. Greg Zlap.

Bij mijn moeder in de keuken hadden we een lade waar je zowat van alles kon in vinden. Snuisterijen, vergeten schatten. In die lade vond je ook een mondharmonica van mijn broer. Een mondharmonica met een deukje. In feite was mondharmonica een woord dat wij niet gebruikten; wij spraken over mondmuziek. En daar komt het eigenlijk wel op neer: wervelende muziek die als het ware uit je mond komt. Steeds weer was mijn broer verrast over de geluiden die hij uit dat dingetje kon toveren. Eenzelfde verwondering zag ik bij mijn zoon toen hij een mondharmonica te pakken kreeg. Fascinatie kreeg toen een andere invulling.

Toen Greg zijn eerste mondharmonica kreeg, stond de wereld stil. Zo stel ik mij dat voor. Of beter: de wereld lag aan zijn voeten. Als jonge jongen verhuisde hij van Polen naar Parijs om aldaar een muziekcarrière uit te bouwen. Natuurlijk heeft hij vooral naambekendheid gekregen door zijn indrukwekkende solo bij Gabrielle van en door Johnny Hallyday tijdens de Rester Vivant-Tour. Uiteraard. Het was ook van een zeldzame schoonheid. Maar Greg is meer dan dat. Greg is blues, blues die spreekt uit zijn muziek en zijn ogen. Greg is passie, passie die spreekt uit ja, ja.

Het album Air is van een bijzonder gehalte en absoluut één van mijn favorieten. De single Je ne pense qu’ à toi doet mij huilen – steeds weer – en zijn nieuwe plaat met Will Barber, Le Duel heb ik zo’n duizend keer beluisterd. Nog nooit heb ik iemand op een dergelijk bijzondere manier Tu m’étonnes horen uitspreken.

Bon, ben je benieuwd naar de muziek van Greg Zlap, koop dan zeker Le Duel.

Wil je hem live aan het werk zien? Dat kan. Hij treedt op vrijdag 9 november 2018 op in La Traverse in Cléon. En oh ja, ik zal er zijn.

FB_IMG_1541089987375

Liefde overwint alles

20170405_150537De dag nadat mijn moeder stierf, vroeg mijn zoon of je kon sterven van verdriet. Hij was toen zeven. Ik weet niet wat mij het meest aangreep: dat hij die vraag stelde of dat hij eigenlijk het antwoord op die vraag kende. In dat kleine hoofd van hem speelde er zich van alles af. Stel je voor dat zijn moeder het ook nog begaf. Ik nam hem op mijn schoot en vertelde hem dat je inderdaad kon sterven van verdriet, van heimwee, van gemis, maar dat liefde alles overwint. En dat mijn liefde voor hem zo groot is dat ze altijd sterker zal zijn. Hij gunde mij een glimlach en leek gerustgesteld en eigenlijk wijzer. Nu, ruim zeven jaar later, zegt hij mij nog af en toe dat liefde alles overwint. En dan knipper ik eens met mijn ogen.
Mijn moeder wist ook dat je van verdriet kon sterven. Ik heb haar vaak horen vertellen dat haar vader stierf uit verdriet voor zijn vrouw en kinderen die eerder stierven. Ook zij knipperde dan eens met de ogen.
Toen mijn moeder stierf, was ik ziek van verdriet. En nu kan ik nog steeds die druk op mijn borstkas of die stekende pijn in mijn maag voelen. Verdriet doet zeer.

Nauwelijks twee weken geleden keerde ik terug van Tolo, liet ik weer achter wat mij zo dierbaar is. De laatste ochtend wandelde ik alleen naar de zee en daar voelde ik die stekende pijn in mijn maag. Op de terugweg stopte ik bij de bakker voor een latte. En we knipperden eens met de ogen. Later die dag, tijdens de vlucht naar Brussel, werd ik ziek. Koorts, hoesten.  Ineens. Zonder aanleiding. Of toch wel. Ik had verdriet, heimwee en miste zowat heel Tolo. Dan al. Tegen de tijd dat ik in België was, werd ik doodziek en kreeg een longontsteking. Mijn zoon zei dat ik weer helemaal in orde zal zijn als we terug zijn. Liefde overwint alles, weet je wel. Hij heeft ongetwijfeld gelijk. En voorlopig red ik mij met zijn liefde, met gember, citroen en honing, met muziek van Johnny Hallyday en ook wel met antibiotica. Alles komt goed.

Waar was ik?

Ik geloof dat ik mijzelf de afgelopen maanden wat kwijt was geraakt, dat ik mijzelf wat verloor in mijn werk. Vandaar dat het hier stil bleef. Zulke dingen gebeuren. Gelukkig wees Griekenland er mij op en ontdekte ik weer wat er echt van belang is: Griekenland – vanzelfsprekend, bakken, lezen, verhaaltjes en liefde natuurlijk. Mijn zoon was blij dat ik het niet meer over websites had, maar over het gebak, en over de schoonheid van Tolo en hij herkende mij weer toen ik dramatisch deed tegen mijn vrienden aldaar. Hij draaide weliswaar met zijn ogen toen ik één en ander vertelde aan de kapster, hij stak zijn armen in de lucht toen de mevrouw van de lekkerste koffiebar mij begroette en zijn mond viel open toen hij de reactie van Antonios zag toen deze laatste mij opmerkte. Maar hij was content: dat is zijn mama.
Zo, de komende weken kan je hier weer van alles lezen: over Griekenland, bakken, liefde en mijn zoon natuurlijk.

20170704_100111
Tolo, Griekenland

 

Over moederdag, George Ezra en Dropsolid

Na enkele intense werkdagen zit ik met mijn zus op het dak van de Passé Simple, een brasserie in Moeskroen. Uit te blazen, bij een glas wijn. Alhoewel, uitblazen is niet direct het juiste woord. Ik doe nog steeds uiteenzettingen over afdelingswebsites, waar ik nu mee bezig ben. Uiteenzettingen en uitleg geven, alsof ze daar in geïnteresseerd is. Maar mijn hoofd is vol van websites en dus luistert ze. Mijn collega heeft een woord voor hetgeen ik doe: aflopen. Bon, dat aflopen duurt wel even. Maar werken aan een dergelijk project is best heftig. En loslaten is moeilijk. Ik vraag mijn zus hoe het komt dat wij zo moeilijk kunnen loslaten, waarom wij niet tijdens de uren doen wat we moeten doen en klaar. Zij weet het antwoord. Het heeft met verantwoordelijkheid nemen te maken, zegt ze. En we zijn zo opgevoed, voegt ze er nog aan toe. Dat is waar. Mijn moeder was een vrouw van verantwoordelijkheid nemen, van oplossingen zoeken en vinden. De term Agile was haar nog niet bekend, maar haar levenshouding was toen al gekenmerkt door een bijzondere wendbaarheid.
Mijn moeder zou trots geweest zijn op hetgeen ik doe. Op de kansen die ik krijg en neem op mijn werk. Want werken aan een dergelijk project maakt moe, maar gelukkig. Bij dat geluk helpt een bedrijf waar we mee samenwerken. Dropsolid draagt de wellbeing at work hoog in het vaandel. En dat merk je. Je hebt te maken met mensen met veel goesting voor hun werk. Dat is aangenaam. En ze zijn efficiënt en in agile hadden ze nog mijn moeder lessen kunnen geven. Het zijn goede jongens daar. Ook mijn moeder had van hen gehouden. Mijn moeder hield van mensen die hun passie en hun dromen volgen. Ze zou ook gehouden hebben van mon ami Frank, de kassaman in de Colruyt, die mij vraagt of de rode tulpen in de winkelkar voor mij zijn. En dan vertelt hij dat ik gelijk heb, dat je ook jezelf eens bloemen moet geven. Bonne fête zegt hij nog, als ik met de caddy wegrijd. Ik lach en verdenk hem ervan dat hij ook iets aan zijn koffie toevoegt. Zoals Antonios in Tolo. Ik was al weken in Griekenland voordat ik hem durfde vragen waarom hij altijd koffie in een klein glaasje dronk. En toen lachte hij en vroeg of ik eens wilde proeven. Ik zette het glas aan mijn lippen en werd quasi dronken van de geur. Mijn moeder had ook erg van Antonios gehouden.
En dan stap ik in mijn wagen, zonnebril op, olie in het haar, George Ezra zingt dit liedje en ik besef dat ik geluk heb, dat ik zo’n moeder had.
Aan de vooravond van moederdag wens ik alle moeders, behalve alle vanzelfsprekendheden die het moederschap met zich meebrengt, een zonnebril, blote benen, een heerlijk parfum, olie in hun haren, George Ezra in hun radio, hoge hakken en een fijne job. En ook wel een vliegticket naar Athene. Fijne moederdag.

20170704_100556
Bon, als je dat vliegticket te pakken hebt, en je rijdt nog 250 km naar het zuiden, dan kom je hier terecht, in Tolo.

Dat ik je mis

Ik heb slecht geslapen. Mijn zoon hoestte, de hele nacht. Als hij hoest, hoor ik mijn moeder. Ze hoestte ook. Nachten lang. En zo lag ik wakker. Te luisteren naar de hoest.
De dag was niet goed begonnen, ondanks de zon. Dus ging ik naar het kerkhof, waar zelfs de bloemen dood zijn.
En een Luxemburger won vandaag Luik-Bastenaken-Luik, net zoals in 2009, toen ik daar in Ans met mijn moeder en zoon Andy Schleck als eerste over de finish zag rijden.
Ik kwam vandaag in de buurt waar mijn moeder vandaan komt, waar alles anders en toch hetzelfde is gebleven.
Tijd heelt niet alle wonden. Tijd bevestigt hooguit wat je al lang wist.

Dank je wel mama. Dank je wel Wouter.

Ik ben misschien wat te oud voor Harry Styles. Dat jonge knaapje geeft al de hele dag het beste van zichzelf, in mijn oren. Sign of the times, zingt hij. Terwijl ik voortdurend dat ene zinnetje van Wouter Vandenhaute hoor: dank je wel mama. Dat zei hij deze ochtend op het einde van het interview met Christel Van Dyck. Dank je wel mama. Ik heb het wel voor Vandenhaute. De man weet iets zinnigs over koers te vertellen; dat op zich is al een verdienste. Bovendien heeft hij een – ik wik mijn woorden – arrogantie waar ik erg van hou. En hij is goed in wat hij doet. En hij houdt van koken. En hij bedankt zijn moeder.
De Rotonde gaat over de afslagen in het leven, vandaag over de afslagen van Wouter Vandenhaute. Ik luister er al eens naar. Christel Van Dyck is een goede interviewster; ze laat haar gasten praten. Zo’n interview doet je onvermijdelijk over je eigen keuzes nadenken. Wat en wie heeft je eigen leven bepaald of juist niet. Ikzelf kom dan al gauw uit bij mensen die mij dierbaar zijn, of net de afwezigheid ervan. Ik kom uit bij onderwijs en cultuur. Ik kom uit bij professionele prestaties.
Hoe zou mijn leven eruit gezien hebben indien mijn vader was blijven leven? Wie was ik geworden als ik niet de sociale sector, maar pakweg de patisseriewereld in gegaan was? Wat was er van mij geworden als ik A.F.Th. Van der Heijden niet had ontmoet noch gelezen? Hoe zou mijn leven eruit zien zonder de muziek van pakweg Patrick Bruel? Hoe anders had mijn leven verlopen als ik die paasvakantie niet naar Tolo was getrokken? Wat was er van mij geworden toen ik daar in Gent, na de start van Gent-Gent ( de omloop eigenlijk), niet dat café was binnengegaan? Hoe zou mijn leven zijn zonder Dalida of Editors of jawel, Harry Styles? Hoe zou het zijn om nooit de sensatie van een suikertaart van Bloch ervaren te hebben? Wie was ik geworden toen ik na de uitreiking van de flandrien niet met Cancellara op stap geweest was? Hoe zou mijn leven zijn zonder ooit Les Vans gezien te hebben? Wat zou mijn leven betekenen zonder de boeken van Jonathan Franzen? Wie was ik zonder kind? Hoe zou mijn leven voortkabbelen zonder Anil Ramdas of Michael Chabon gelezen te hebben? Wie zou mij troosten als ik Bach niet kende? Wie was ik geworden zonder Guy Mortier die bij aanvang van het concert van The Triffids “Ook voor jou Marc” zei? Wat zou er van mij geworden zijn toen ik die dag niet naar Brussel getrokken was? Hoe anders zou mijn leven zijn zonder over Place de Clichy geschreven te hebben? Wie was ik geworden zonder koers? Zonder Wouter Vandenhaute? Wie ben ik geworden zonder moeder?
Dank je wel mama. Dank je wel Wouter. Voor zoveel keuzes.

Lente in de winter

De zon scheen vanmiddag, maar warmte gaf ze niet. Ze drong de kamer binnen waar ik werkte. Alsof ze wilde zeggen: hé, het is lente, weet je nog? Natuurlijk weet ik het nog. Op dergelijke koude dagen speelt de lente zich af in mijn hoofd en dat doet mij glimlachen. Terwijl ik naar de zon kijk, bedenk ik dat het jaar niet slecht begonnen is. Een gelukzalig, ja lente-gevoel maakt mij al enkele weken echt content. Dat is niet normaal want ik ben een zonnekind; ik moet niets van koude hebben. Wat palaver ik dan over lente bij min zes graden? Noem het een zeker bewust-worden. Als ik mijzelf erbij tel, heb ik vijf(!) mensen die ik dicht bij mij verdraag. Tot die vaststelling kwam ik. Dat klinkt arrogant en dat is het ook. Vijf – vier eigenlijk – mensen. En zij maken mij gelukkig. Zij brengen de lente in de winter. Vooreerst is er mijn zoon natuurlijk die mij aan het lachen maakt en mij ontroert met berichtjes als tot vanavond mama of ook wel yep. Er is mijn zus die in deze tijden in booking-modus overgaat. Ze brengt mij op de hoogte van alle vluchten richting Athene. En dat, dat ontwaakt de lente. Er is een collega die mij erg genegen is. Het is een vrouw waar je op kan bouwen; ze begrijpt mij als de beste en schenkt veel vertrouwen. Het is één van de aardigste mensen die ik ken. En tot slot is er een man die ik – ondanks mijzelf – goed kan verdagen, al eet hij geen kaas. Van dat selecte clubje, waarvan ik wens dat mijn moeder er ook nog toe zou behoren, van die mensen hou ik. Ze zijn mijn lente in de winter.

Bestaat hij eigenlijk wel, die ideale man?

Ik ben geen mannenhaatster, ik hou van mannen. De #metoobeweging vind ik lovenswaardig. Ten strijde trekken tegen allen die hun macht misbruiken: het is een goede zaak. Ik begrijp ook Cathérine Deneuve die samen met 99 anderen, een column schreef in Le Monde waarin ze onder meer een lans breekt voor het onhandige flirten. Mannen, héhé.
Hoe kom ik daar nu bij? Wel, vanmorgen zat ik te staren naar mijn kop koffie (ja, ik beken: het theedrinken was weer van korte duur). De mug is een wit met blauw ding waar wel honderd keer Greece opstaat. Zo’n kopje dat toeristen voor een prikje kopen aan het Omoniaplein in Athene. Die toerist was ik. Aan datzelfde plein dronk ik ook koffie. Veel koffie. In de koffiebar werkte namelijk een mooie man. Een jonge man eigenlijk waar ik ongegeneerd naar lonkte. Echt waar. Erg vriendelijk was hij niet, maar ik vond dat juist aantrekkelijk. Meer dan here of here you are als hij een goede dag had, kwam er niet uit. Hij lachte niet veel. Misschien haatte hij zijn job en daarmee alle toeristen. Ik kan mij daar iets bij voorstellen. Hij was nog jong. Positief als ik ben, schatte ik hem tien jaar jonger dan ikzelf. Volgens mijn zus was hij ruim twintig jaar jonger. Maar goed, Brigitte Macron enzovoort.
Die jongeman was niet ideaal, natuurlijk niet. Ideale mannen ken ik niet. Ze zijn of te jong, of ze lusten geen kaas, of ze zijn er te vaak of ze lezen te weinig, of ze zijn te dom of te dik of beide, of hun hart is te groot. Bon, maar eens wakker worden met de barman, wel ja, het leek mij wel wat. En ik besefte dat een ideale man ook niets voor mij is. Stel je voor dat die ideale partner mee koffie gaat drinken aan het Omoniaplein in Athene en dat je niet eens meer mag kijken naar die koffieman. Onhandig flirten? Juist ja.

20180101_160123
Athene

Kom terug

Ik ben geen expert in liefde, echt niet. Ik weet wel hoe het voelt: warm en ook onrustig. Ik weet ook dat het pijn doet. Soms.
Thuiskomen en direct weer weg willen. Naar daar. Daar, dat is mijn grote liefde. Daar in Tolo, waar de mensen mij hartelijk begroeten, daar waar ik lach bij de kapster, daar waar ik kourabiedes krijg als dessertje, daar waar de zee het mooist is, daar waar de crisis pijn doet, daar waar de mensen mij omhelzen en ik ze laat begaan, daar waar de onrust plaats maakt voor een aangenaam gevoel, daar waar de zon mijn grote vriend is, daar waar de halva het best smaakt, daar waar olijfolie hemels is en kaneel een andere dimensie krijgt, daar in Tolo.
Liefde is onlosmakelijk verbonden met gemis, ook dat weet ik. En dus wacht ik als een puber op een berichtje: kom terug.

kourabiedes
Kourabiedes