Brief aan Peter van de Veire

Beste Peter,

Er moet mij iets van het hart. Gisterenavond keek ik met mijn zoon – bijna dertien – naar Zomerhit 2016. Je moet je dat zo voorstellen: mijn zoon en ik, elk in een zetel onder een dekentje, allebei al in pyjama. Mijn zoon vindt het heerlijk – samen naar tv kijken. Wie is nu Peter van de Veire ?, vroeg hij. Ik wees naar jou en mijn zoon knikte. Blijkbaar kloppen je looks bij je stem. Mijn zoon kende je – tot gisterenavond – enkel van de radio. Hij is fan. ’s Morgens, als ik hem naar school breng, luisteren we in de auto naar MNM. En mijn zoon vindt jou grappig. Al geloof ik dat hij ook wel een dikke boon voor Julie heeft. En nu komt er bij dat hij je kapsel – een beetje kort geschoren langs de zijkanten – heel erg cool vindt. Bij de volgende afspraak met Saskia, zijn kapster, zal hij een foto van jou mee nemen – meldde hij mij.
Beste Peter, het is niet toevallig dat mijn zoon fan van je is. Het zit – euh – in de familie, geloof ik. Mijn moeder volgde je ook. En in de periode dat je het programma Peter Live maakte, belde ze mij ’s anderendaags steevast op om te zeggen: ‘hij zag er toch weer goed uit hé’. Ik wist – zonder dat ze je naam vernoemde – dat het over jou ging. Ik opperde wel eens dat je toch wel wat jong voor haar was – zij was toen een frisse zeventiger – maar mijn opmerking werd steevast genegeerd. Ze sprak over jou alsof je een vriend was – hetgeen ik hilarisch vond.
Mijn moeder stierf ruim vijf jaar geleden. Ze heeft dus niet kunnen meemaken hoe professioneel je gisteren de blunder – niet Milow maar K3 – opving. Ze zou je schitterend gevonden hebben. En ongetwijfeld zou ook zij je kapsel mooi gevonden hebben, en vandaag zou ze mij zeker gebeld hebben om te zeggen hoe goed je er weer uit zag. Het is doodjammer dat ze niet meer kan meemaken hoe haar kleinzoon nu ook fan van je is. Ze zou het logisch vinden. En top natuurlijk. Want behalve van jou, beste Peter, was mijn moeder ook een grote fan van mijn zoon.

Hartelijke groeten,

Sigrid

peter van de veire.PNG
Peter van de Veire tijdens Peter Live – 2008

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina

Op zoek naar kaneel in Hongarije

Landen in Athene heeft veel voordelen. Eén ervan is die heerlijke kaneelkoek die je in de luchthaven (ja, zelfs daar) kan kopen. De luchthaven van Boedapest ruikt niet naar kaneel, en toch ga ik in dit vreemde land op zoek naar deze aimabele specerij. Tussen de geur van heel veel burgers, paneermeel en frituurolie zal ik beslist ook dat typerende parfum van mijn geliefde kaneel terugvinden. Een uitdaging – op zijn minst.

Hongaren lijken een nors volk. Ze praten niet veel – en dat ze bijna uitsluitend Hongaars spreken en ik dus niet, helpt ook niet echt. Communiceren is moeilijk. Ik spreek geen Hongaars, Duits amper. Engels, Frans en Nederlands zijn dan voor hen vreemd. Behelpen is het.
Aan de synagoge in Boedapest vinden we Walhalla Club, waar ze joodse specialiteiten serveren. De hoop neemt toe. Tevergeefs. Geen kaneel. De volgende dagen drinken we heerlijke koffie: café mélange – met honing zonder kaneel. Gebak vinden we wel, maar de lekkernijen zijn vooral rijk aan chocolade. In mijn gids tref ik een hobbywinkel met leuke teken- en schilderspullen in een oud pand langs de Nagymezo utca. We stappen langs de Donau tot de Margitbrug en steken daar de rivier over. Het is bloedheet. Nog even verder stappen. We komen in een aardige buurt die mij wat aan Boulevard de Clichy in Parijs doet denken. Dan toch. En daar vinden we Europa, een barok koffiehuis dat de hemel belooft. Toch maar eerst doorstappen naar de hobbywinkel. Gesloten. Wat jammer. We hebben dorst, warm en honger. Op zoek naar een restaurant – zonder paneermeel. We kiezen voor een Italiaan dicht bij het hotel . Het eten en de wijn is er heerlijk. ‘s Anderendaags gaan we alsnog naar de hobbywinkel, die een paradijs lijkt – weliswaar met een norse winkeldame. Vandaar gaan we koffie drinken in een kleine bar, uitgebaat door twee excentrieke dames. Heel speciaal. Toch maar verderop opnieuw proberen. In een bio-eethuisje eten we een broodje en drinken heerlijke koffie. Ook hier geen kaneel. Dan maar richting Balatonmeer. Voor Europa is geen tijd meer.

De eigenaar van ons hotelletje aan de minst drukke kant van het Balatonmeer is een vreemde man. Een gezicht zonder expressie. Het hele hotel ruikt naar frituurolie. We zijn moe en ’s avonds eten we gemakshalve ter plaatse. Op de kaart, bij de desserts, zie ik pannenkoeken met kaneel. Ik neem er een foto van. Voor mijn zoon bestellen we dit als toetje. Het duurt even vooraleer de man begrijpt wat we willen – tot ik mijn foto van zijn deel van de menukaart toon. Hij lacht – een beetje weliswaar, maar hij lacht. De pannenkoeken zijn bedekt met een rijke laag kaneelsuiker. Tja. Beter dan niets.

In Kesthely botsen we bij toeval op een marsepeinmuseum. Het is een klein huisje met een leuk terras, winkeltje en koffiehuis. De geschiedenis van marsepein boeit mij, de prachtige kunstwerkjes in marsepein evenzeer. En dan proeven. Herinner je je nog het verhaal van Rino? Ook hij zou het hier een paradijs vinden. De vrouw des huizes spreekt Frans, en dat scheelt. We kunnen praten en ze lijkt al helemaal niet nors.

De volgende dag stoppen we in Veszprem vooraleer we naar Szentendre rijden. Ik ben quasi misselijk van de hitte. Zelfs een kerk biedt geen verkoeling. En dan gebeurt het. We vinden Veranda home café. Een bakkerij annex decoratiewinkel die samenwerkt met Karolina, het bedrijf van twee broers die hun zaak naar hun grootmoeder noemden. Voor het eerst zie ik brood dat er echt als brood uitziet. Het smaakt zelfs naar brood. Ook verschillende soorten gebak lonken. Maar geen kaneel. Toch ben ik bijzonder tevreden. In hun winkel koop ik een schriftje – voor een nieuw verhaal. De uitbater, die Engels spreekt, vertelt het verhaal van Karolina. Mooi. Heel erg mooi.

Later op de dag komen we in Szentendre aan. Een beetje Brugge in Hongarije. Ook daar hebben ze een marsepeinmuseum met heerlijke creaties. We kunnen zelfs een blik werpen op het atelier. Wat graag zou ik hier met de werknemers praten. Maar gezien geen kennis van het Hongaars… Jammer. In het bijhorende koffiehuis hebben ze een ruim aanbod aan marsepein en gebak. Geen kaneel.

Ik ben kaneel blijkbaar misgelopen. Anne Shooter maakt in haar boek Kaneel & Kardemom nochtans gewag van Hongaars apenbrood, met kaneel. Zelf bakken dan maar. Misschien serveerden ze het wel in Europa, het barokke koffiehuis dat we gemist hebben. Europa in Hongarije: het was blijkbaar moeilijk.

In de luchthaven in Boedapest is het lang wachten. Koffie dan maar. En daar zie ik ze dan ineens liggen: kaneelbroodjes. Echt waar.

fot4
het bio-eethuisje in Boedapest

 

foto5.PNG
De hobbywinkel in Boedapest
foto2.PNG
Pannenkoeken met kaneel
foto3.PNG
Uit het marsepein-museum
foto1.PNG
Veranda Home Café in Veszprem

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina

En ineens zie ik er tien jaar jonger uit

Ik zie in de spiegel niet altijd wat ik wil zien. De tijd tekent zich af op mijn lijf, de vermoeidheid doet dat ook. Ik ben een slechte slaper en erfelijk belast om wallen onder de ogen te krijgen. Strak is een streven, tegen beter weten in. En toch zie ik er vandaag ineens tien jaar jonger uit. Hoe dat komt? Wel, om mijzelf en mijn kleerkast een boost te geven ging ik shoppen in mijn geliefde winkelzaak. Ik vond veel meer dan ik zocht. En in de spiegel zag ik dat het goed was. Behalve onder meer die wallen natuurlijk. Om ook daar iets aan te doen, liet ik mij alle verwennerijen van Louis Widmer wel gevallen: cleaning, peeling, een masker, hydraterende crème, anti-ageing (dat vooral), oogcontour gel. Louis Widmer belooft mij versteviging, glad en strak. Ik geloof het allemaal. Na die hele kuur moet ik lachen. Ik kijk in de spiegel en ja, ik zie er ineens tien jaar jonger uit. Niet zozeer van buiten, maar zeker van binnen. Jezelf verwennen is heerlijk.

20160729_113554

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina

 

Maakt geld gelukkig?

In mijn Bullet Journal staat een lijstje, een lijstje met klussen. Eén ervan is de kelder opruimen en daaraan gekoppeld een bezoek aan het containerpark en de kringloopwinkel. Terwijl mijn zoon en ik de koffer van mijn Hyundai – waar ik overigens heel gelukkig mee ben – volprop met overbodige spullen en rommel, spoken twee artikels die ik onlangs las, door mijn hoofd.

20160725_122920.jpg
Het eerste is een interview met trendwatcher James Wallman in happihome. Wallman is de auteur van Stuffocation, onlangs in het Nederlands vertaald als Ontspullen. Meer leven met minder.
Wallman is een voorstander van ontspullen en gelooft in ervaringen, belevingen, veeleer dan in materiële bezittingen. Belangrijke kanttekening: je moet over de levensnoodzakelijke dingen beschikken om een menswaardig bestaan te kunnen leiden. En daar wringt het schoentje natuurlijk al. Wat is een menswaardig bestaan en wat heb je daarvoor nodig? In Griekenland zag ik dat minimaliseren iets heel anders inhoudt dan hetgeen Wallman predikt. Als je de inhoud van je kleerkast ontoereikend is, zal ontspullen wrang smaken. Als een fiets je enige vervoersmiddels is, zal de keuze tussen drie of twee fietsen overhouden geen indruk maken. Bovendien, ervaringen, belevingen kosten geld. Ik kan nu wel beweren dat ik mijn verblijf in Griekenland een ingrijpende ervaring vond en helemaal niet opweegt tegen pakweg een smarttv, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat die reizen, die ervaringen geld kosten. Ervaringen vragen vaak mobiliteit, hetgeen ook duur is.
En dat brengt mij bij het tweede artikel dat ik las in Libelle, over het geheim van gelukkig zijn. Het artikel kwam tot stand naar aanleiding van het boek van Leo Bormans: Geluk. The World Book of Happiness.
libelle

Uit onderzoek blijkt dat aanleg 50% bepaalt hoe gelukkig we zijn. 10% is afhankelijk van de levensomstandigheden en 40%, wel die 40% hebben we zelf in de hand.
Ik schrik en frons bij het lezen van die cijfers. In mijn meest depressieve momenten mompel ik wel eens dat ik geen talent voor geluk heb – mij niet bewust van de mogelijkheid ervan. Dat slechts 10% afhangt van de levensomstandigheden vind ik op zijn minst vreemd. Voldoende en meer geld hebben biedt mogelijkheden, zeker om aan de eerder genoemde 40% te werken.
In het artikel wordt er verder ingegaan op de geboden van geluk, zoals: omring je met andere mensen, vervang moeten door willen, geef aan anderen, uit je emoties. Als je iedere dag moet vechten om de maand door te komen, om je job te behouden of pakweg honger hebt, lijken die geboden mij wat pover. En toch waren het net die gedragingen die mij opvielen in Griekenland, in een land waar velen het met weinig geld moeten stellen.

Of spullen en geld je gelukkig maken of niet, of ervaringen belangrijker zijn of niet: het is een interessant en complex verhaal. Voorlopig hou ik het erop dat het antwoord minstens even complex is en voor iedereen weer anders.
Intussen is de kelder en ook mijn hoofd wat lichter.

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina

DIY

Mijn haar heeft de kleur aangenomen van de verf: lichtgrijs. Niet van ellende of ouderdom, gewoon verfspatten – al kan dat tweede ook wel. Ik ben de hall aan het schilderen. Eerder leefde ik mij al uit in de keuken. En verder staat ook de berging die mijn zoon en ik willen omtoveren tot een crea-ruimte, op het programma. Do It Yourself. Een beetje een vreemde uitdrukking in mijn geval. Ik ben alleenstaande moeder en doe sowieso alles zelf. Van de vuilzakken buiten zetten tot mijn belastingformulier invullen, van een wc ontstoppen tot schilderen, van tanken tot brood op de plank brengen, van de bloemen verzorgen tot bakken, van mijn kind opvoeden tot leven. DIY. Het zou wat wrang kunnen smaken, maar dat doet het niet. Toch niet altijd. Schilderen bijvoorbeeld doe ik echt wel graag.
Ik ben best wel creatief, vind ik zelf, als ik voldoende tijd heb en mijn DIY-lijst niet te heel lang is. Zo ben ik nu, dankzij de blog van evamaaktschoon, helemaal in de ban van mijn Bullet Journal. Ik moet nog wat oefenen en een eigen stijl ontwikkelen en mijn schriftje wordt eerder een mengeling van een Bullet Journal en een Art Journal, maar ik heb er veel plezier aan. Soms haak ik dekentjes om wat te ontspannen. Nu maak ik tekeningen en plannetjes. Mijn eigenste mindfulness zeg maar. Mijn zoon was direct ook enthousiast en ik zie hem toch door het huis dwalen met schrift en stiftjes. Heerlijk.

Wil je mijn DIY-projecten volgen? Neem dan zeker een kijkje op mijn Instagram

Keukenmuur.PNG

Project Klus & Co 1: de keuken schilderen

bulletjournal

Mijn Bullet & Art Journal

hall

Klus & Co 2: de hall schilderen

De verademing van het voetbal: Arnar Vidarsson

Voetbal is niet zo mijn ding. Ik ken er heel erg weinig van en het kan mij zelden boeien. De matchen van de Rode Duivels heb ik niet helemaal gezien. Ik word er heel erg nerveus van. En als jonge kerels zoals Eden Hazard het veld opkomen, denk ik aan hun moeder – hoe zij zich voelen. En ik krijg een krop in mijn keel. Naar programma’s over voetbal, de voor- en nabeschouwingen met Karl Vannieuwkerke en gasten, wel, vreemd genoeg kijk ik daar al eens naar. Die discussies, het gedrag van de gasten, de groepsdynamiek: het trekt vaak mijn aandacht. Over de genodigden valt wel iets te zeggen. Niet dat ik ze goed ken, maar ik hoor hen graag bezig. Geert De Vlieger is mijn favoriet. Een minzame man met de verkeerde colbertjes. Wesley Sonck is goedlachs en gaat voor zijn mening. Gert Verheyen is schaamteloos arrogant. Jan Mulder en zoon zijn passé, Franky Van der Elst streng en Imke Courtois baant zich prima een baan tussen al die ego’s. Met kennis, kunde en klasse. Karl Vannieuwkerke is een aangename gastheer.

Bon, gisteren speelde IJsland de veelbesproken kwartfinale van Euro 2016 tegen Frankrijk. Veelbesproken omdat IJsland, een heel erg klein voetballand, het zo ver geschopt heeft. En zoals dat zo vaak gaat: mensen nemen het op voor de underdog – tenzij ze in een economische crisis zitten. Naar aanleiding van die match was Arnar Vidarsson te gast bij Vannieuwkerke. Ik kende die man niet. Al vlug kwam ik te weten dat hij hulpcoach is bij Lokeren, vroeger zelf in diverse Belgische clubs voetbalde, in België woont en afkomstig is uit IJsland, zeer goed Nederlands praat, wel wat te zeggen heeft, niet onder de indruk is van Jan Mulder en er bijzonder goed uitziet.
Arnar Vidarsson: wel, wel. Mensen die zinnen zeggen als: als je met bescheiden middelen zoveel kan bereiken, is dat super’ – hebben bij mij sowieso een streepje voor. Zijn inbreng was verfrissend, zonder veel poeha, en met liefde voor jongens die geen stervoetballers zijn. Zijn blik boorde door mijn ziel. Met heel erg donkere ogen en zonder te verpinken vertelde hij dat er geen lijn is bij de Rode Duivels, dat ze niet gaan voor eenzelfde doel. En die eenheid, die groepsmentaliteit is net de sterkte van IJsland. Als voetbal is zoals Vidarsson wil ik er gaan van houden. Op twitter bekeek ik zijn omslagfoto: zijn glunderende kinderen. Mijn moeder zei altijd: aan de manier waarop mannen met hun kinderen omgaan, kan je zien hoe ze echt zijn. Mijn moeder had vaak gelijk. En Vidarsson heeft het helemaal bij mij gemaakt. Niet dat ik nu onmiddellijk naar de matchen van Lokeren zal gaan kijken, maar ik ben wel benieuwd geraakt of ze in IJsland goed kunnen bakken, of ze kaneel kennen en of ik er misschien eens naartoe moet. Met Arnar Vidarsson bijvoorbeeld. Dromen is zelden verboden.

Vidar.PNG

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina

Ik heb de strijd verloren. Over tieners en petten.

Mijn zoon vertrekt zaterdag op kamp. En ik hoop van harte dat hij veel plezier beleeft. Maar eerst is er nog het rapport en een shoppingsessie. Het rapport is iets voor deze middag, het shoppen hebben we achter de rug. Ik wou hem nog wat zomerkleren kopen. En het zoveelste paar schoenen. Ik had echt in gedachten wat ik wilde: een ecru short met een rode polo en bootschoenen. Het liep anders.
Mijn zoon is gek op zijn haar. Hij is blond. En in de zomer – als er zon is tenminste – wordt hij uiteraard almaar blonder. Hij vindt zichzelf dan geweldig. Zijn haar: dat is heilig. In de auto kijkt hij heel vaak in het spiegeltje of alles nog goed ligt. Ik moet er soms om lachen.
Op winkelen is hij minder gek. Tenzij het bij Fnac is. Kledij passen is een opgave. Wat ik mooi vind, blijkt niet cool. Hij wil een T-shirt. Het zoveelste in weer een andere tint blauw. De bermuda die ik in gedachten had, wordt een blauwe short, de bootschoenen worden sneakers. Ik kan ermee leven. Maar dan komt het. Hij wil een pet. Op kamp moeten ze immers een hoofddeksel mee nemen. ‘Het is verplicht mama’. Ja, het is een uitleg als een andere. Ik haat petten. Echt waar. Ik moet er niets van hebben. Ik hoop in stilte dat het slechts een fase is en geef uiteindelijk toe.
En nu zit dat blonde haar onder een pet. Een pet die niet mee afgedaan wordt. Ik heb de strijd verloren.

Toby

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina