Een boek dat niet bestaat. Over De solipsist van Hendrix

Alleen ik besta. De wereld, de anderen, zijn niet meer dan hersenspinsels van mijn scheppende brein. Het solipsisme. Wat moet ik ermee? Een onderzoek van de werkelijkheid. Een werkelijkheid die niet bestaat. Wat doe ik ermee?

Ik moet een jaar of twintig geweest zijn. En ik had een relatie. Met Humo. Trouw en volgzaam was ik. Het meest aan Wilfried Hendrickx. Een fantastische schrijver, wat arrogant, die van WF Hermans hield. Een ook van Ghislaine Nuytten. Een bloedmooie vrouw. Onmogelijke concurrentie. Ik dweepte met Wilfried Hendrickx. Hij leefde in mijn hoofd. En Ghislaine Nuytten was niet meer dan een creatie van mijn brein, een noodzakelijk kwaad dat ik duldde. Maar bestond Wilfried Hendrickx wel? Had ik ook niet die flamboyante journalist gecreëerd? Waren zijn geschriften een product van mijn brein? Hm, als dat zo was, dan vind ik dat solipsisme nog zo slecht niet. Maar als Wilfried Hendrickx niet bestond, bestonden ook Guy, Rudy, Serge, Marc en de anderen niet, bestond Humo niet eens, waren het allen niet meer dan typetjes door mij op touw gezet. Solipsisme maakt mij niet echt bescheiden, verheft mij tot godin, de enige godin en daarmee tot arrogante bitch.
De pijn in mijn rug, tussen mijn schouderblad en lenden, wordt zo hevig dat ik even moet gaan liggen. Die pijn is beslist geen verzinsel van mijn brein, maar zo echt als ze maar zijn kan. Net als het vervelende gekwetter van mijn buurvrouw dat mij mateloos stoort. Ik lig in de zetel en tuur naar het boek De Solipsist van Hendrix dat ik net uitgelezen heb. Wat vreemd. Als Hendrix de wereld overneemt is alles mogelijk, de moraliteit over boord. Als zijn alter ego Wilfried Hendrickx de wereld over neemt, wel, hij kan de wereld niet overnemen.
Ik droom verder, tussen pijn, koorts en verwarring. Vraag mij af wat werkelijk is en wat gedroomd. En drijf dan weer af en zie Wilfried Hendrickx bij Bart Schols, ook al een creatie van mijn brein, in De Afspraak. Mijn mond valt open. Oude liefde roest niet. En liefde bestaat niet. Ik tast naar het scherm om te checken of hij het wel echt is, maar ik kan het scherm niet raken. Mijn vinger zweeft. En dan merk ik het: dat enigmatische lachje, iets tussen spot en hoogmoed, dat lachje dat mij duizelig maakt. Mijn bewustzijn ontglipt mij.

De solipsist van Hendrix is uitgegeven bij Houtekiet en kost 21,99 euro.

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina

de-solipsist

Liefde: het resultaat van een mesalliance. Over Een onmogelijke liefde van Christine Angot

Als ik een top tien moet opmaken van de muziek die mij het dierbaarst is, dan staat Dalida daar hoog in genoteerd – met Gigi Amoroso, maar evengoed met haar Histoire d’un amour.
Mon histoire, c’est l’histoire d’un amour Ma complainte c’est la plainte de deux cœurs Un roman comme tant d’autres qui pourrait être le vôtre
Dalida was magisch, buitengewoon, mysterieus. Een onmogelijke liefde’ van Christine is dat evenzeer; het is geen roman als zovele andere, maar wel een liefdesverhaal dat begint op de dansvloer, tijdens een dans op Histoire d’un amour. Eind de jaren vijftig, Dalida had nog zwarte haren en Rachel was verliefd. Op Pierre. Geen gewone jongen, maar een intelligente, gecultiveerde man uit een hogere sociale klasse.
Algauw maakt Pierre duidelijk dat hij niet met Rachel zal trouwen of samenwonen, dat Rachel geen deel zal uitmaken van zijn sociale leven. Rachel, zelf van eenvoudige komaf, zonder opleiding, Joods, laat hem begaan. Hij wil wel een kind met haar, maar hij zal het niet opvoeden. Als Rachel zwanger wordt, vermindert het contact tussen beiden. Later trouwt Pierre en krijgt nog kinderen. Sporadisch schrijven ze elkaar brieven; Rachel klampt zich vast aan ieder sprankeltje hoop. Hun dochter Christine is vol van liefde voor haar; ze aanbidt haar moeder.
Later krijgen Pierre en Christine opnieuw contact, hetgeen op eenzelfde moeizame manier verloopt. Pierre raakt geïnteresseerd in Christine en trekt vaker met haar op. Rachel cijfert zichzelf volledig weg voor een vader-dochter-relatie die zich uiteindelijk  tegen haar keert. Christine zet zich al maar meer af van haar moeder. De allesomvattende liefde in hun relatie vreet diezelfde liefde op. Het contact met haar vader is pijnlijk. Ze wordt seksueel misbruikt. Haar moeder wordt per toeval op de hoogte gebracht. Ze had het niet gemerkt. De relatie tussen moeder en dochter neigt naar hysterie.

Dalida zingt intussen:
Mon histoire, c’est l’histoire qu’on connaît Ceux qui s’aiment jouent la même je le sais Mais naïve ou bien profonde C’est la seule chanson du monde Qui ne finira jamais

En de liefde tussen moeder en dochter herstelt zich. Langzaam. Christine schreef een artikel in Libération over schaamte, over schaamte voor je afkomst. Hoe Christine uitlegt aan haar moeder dat haar relatie met Pierre één afwijzing was omwille van haar identiteit, hoe ze benadrukt dat het seksuele misbruik een manier was van Pierre om de erkenning van zijn dochter teniet te doen, om de scheiding tussen hun werelden te benadrukken, ontlokt Anglot schitterende passages. “Het fundamentele taboe is niet langer de seksuele relatie tussen ouders en afstammelingen, maar de mesalliance. Zo bleef jij altijd aan de ene kant staan, en hij aan de andere zijde. Want dat moest tot elke prijs bewaard worden, voor hen was dat de fundamentele regel. Hij in zijn superieure wereld. En jij in je inferieure wereld. Met als extraatje voor jou, in je inferieure wereld, om je nog wat dieper te doen zinken, je in de diepste diepte van de diepste afgrond te storten, je dochter die door haar vader wordt verkracht, en jij de moeder die niets ziet, de achterlijke trien, wie weet wel zijn medeplichtige.”

Omdat de liefde onmogelijk is tussen Rachel en Pierre, tussen vader en dochter, tussen moeder en dochter is het juist die liefde die verblindt, die opslokt. De moederliefde overwint – dan toch. Rachel legt het haar dochter uit aan de hand van een gedicht van Victor Hugo: ‘O de liefde van een moeder, liefde die niemand kan vergeten… Iedereen ontvangt zijn deel en allen krijgen hem geheel’.
‘Een onmogelijke liefde’ doet zeer, maakt triest. Het is een verdriet dat het opneemt tegen de schoonheid en alsnog verliest.

‘Een onmogelijke liefde’ van Christine Angot is uit het Frans vertaald door Katelijne De Vuyst en uitgegeven bij Polis. Het boek kost 19,95 euro.

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina

Knipsel.PNG

Een koekje, speciaal voor jou

Je kent ongetwijfeld wel die quotes: Baking is love made visible. Ik vind het wel iets hebben: je beste koekjes bakken voor iemand die je graag mag. Liefde is een vorm van gerezen deeg. Dat is zeker. Zelfgebakken koekjes charmeren. Waarom zou je het niet eens proberen?

Afgelopen weekend bakte ik speculaaskoekjes. Ok, het is nog vroeg, de Sint is nog ver weg, maar je kan niet gul genoeg zijn met je liefde.

Hoe bak je speculaaskoekjes? Wel, het is zeer eenvoudig.

Wat heb je nodig?

500 g zelfrijzende bloem
250 g kandijsuiker
2 eieren
200 g boter
3 theelepels speculaaskruiden

Hoe ga je te werk?

Meng alle ingrediënten tot je een homogene massa hebt en maak een bol. Rol uit op een werkvlak, bestrooid met wat bloem. Duw met verschillende vormpjes koekjes uit het deeg. Leg ze op een bakplaat, voorzien van bakpapier. Laat voldoende plaats tussen de verschillende koekjes.

Laat de koekjes 15 minuten op 180° bakken in een voorverwarmde oven. De speculaas wordt hard als je de koekjes uit de oven haalt en laat afkoelen.

Tip: speculaaskruiden zijn kant en klaar verkrijgbaar in de handel, maar je kan ook zelf een mengsel samenstellen van kaneel, nootmuskaat, kruidnagelpoeder, kardemom, en gember. Zelfs steranijs kan er bij. Experimenteer naar smaak en goesting.

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina

20160918_185030

 

Ravijn van Jasper van Buren: een boek waar ik disfunctioneel van word

Bij de post van die ochtend zit een witte enveloppe met daarop mijn naam en adres, in hoekige maar mooie letters. Een boek: de roman Ravijn van Jasper van Buren. Iets in de aankondiging trok mij onmiddellijk aan. Dat boek wou ik lezen. Ik was bijzonder nieuwsgierig. Maar eerst mijn zoon naar school brengen.
Terug thuis doe ik mij te goed aan wat koffie en neem het boek nog eens vast, vooraleer ik ga douchen. En ik begin te lezen. De eerste keer dat ik naar de klok kijk, is het quasi middag. Ravijn leest als een trein. Ik hou me voor dat ik nog een paar bladzijden verder lees en mij dan echt naar de badkamer begeef.

Het is intussen twee uur, het huis niet schoongemaakt,
het geplande werk niet gedaan, ik moet mij nog douchen en dat alles is de schuld van Jasper van Buren.

Wat een boek! Een gelijkaardige sensatie had ik toen ik, lang geleden, een eerste boek van A.F.Th. van der Heijden las of een heel vroege Joost Zwagerman. Ravijn is beslist een boek waar ik disfunctioneel van word.

Waar gaat het over? Thomas en Jet vertrekken vanuit Nederland naar Tenerife. Thomas heeft aldaar een job. Hij is de zoon van een arts en een campari-drinkende moeder. Zijn vader is een notoir vreemdgaander, zijn moeder kijkt toe. En drinkt. Thomas suggereert zijn moeder op een gegeven moment om te vertrekken, hetgeen zij beantwoordt met een klap. Zij, van arme komaf, zet haar huwelijk met een arts niet op de helling. Ze verdraagt het leed. Thomas veracht hetgeen zijn vader doet.
Op Tenerife, als Thomas verliefd wordt op Nuria, de vrouw van een collega, ontspoort zijn leven en wordt een quasi kopie van datgene van zijn vader. Een leven met bedrog en drank – tegen beter weten in. Franco is nog aan de macht en ook met de gevolgen van een dictatuur wordt Thomas op een genadeloze manier geconfronteerd.

De stijl van Van Buren bevalt mij wel: het verhaal gaat vooruit,
hij schrijft korte zinnen in een directe stijl, gedreven, zonder veel tierlantijntjes; hij schuwt de humor niet, emotie evenmin.

Ergens las ik dat Van Buren zeven jaar aan dit boek werkte, hetgeen ik kan aannemen, maar ik hoop dat de lezer geen zeven jaar moet wachten op een tweede boek. Ik lees deze roman na Een klein leven van Hanya Yanagihara. Dan denk je dat ieder ander boek vervaagt, dan moet het volgende boek heel straf uit de hoek komen. Ravijn is van een luchtig, maar evenzeer herkenbaar gehalte dat mij uitermate bevalt en mij Een klein leven een hele dag doet vergeten. Beslist een aanrader.

Ravijn van Jasper van Buren is uitgegeven bij Uitgeverij Magonia en kost 18,95 euro.

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn facebook-pagina 

jpeg-cover-ravijn-2-187x300

Brood op de plank

Wat is het verschil tussen bloem en meel? – vroeg mijn zoon deze morgen. Ik toonde hem het meel dat rechtstreeks van de molenaar kwam en hij vond het wel bijzonder. Hoe tarwe gemalen wordt. En hoe we nog later, na kneden, rijzen, weer kneden, rijzen en bakken een brood op de plank hebben. Brood is er niet zomaar. Daar moet voor gewerkt worden. Dat weet je als je zelf brood bakt. Als je zelf brood bakt, besef je dat een brood – zoals bijvoorbeeld in een supermarkt – bezwaarlijk 1,5 euro kan kosten. Echt brood is arbeid, is kostbaar. Voor brood heb je respect. Brood op de plank hebben kwam er niet zomaar. Het betekent voldoende middelen hebben. Als je brood hebt, heb je eten. En niet iedereen heeft eten.

Brood heeft het deze dagen hard te verduren. Brood eten is in hippe kringen niet meer in. Brood verfoeien is zoveel zeggen als: ik heb teveel. Brood weigeren is een luxe. Brood uitsluiten doet mij zeer. Net zoals ik het bijna decadent vind om melk te weigeren. Het mag dan heel erg old school zijn, maar ik ben fan van brood en melk, van echt brood en echte melk. Van graan en melk van bij de boer. Brood en melk – daar zijn wij mee opgegroeid. En er zijn heel veel mensen die vandaag brood en melk missen, die hunkeren naar een boterham. Laat ons dus wat respect hebben voor die boterham.

brood

Als moeder deeltijds werkt, is ze nooit meer op haar gemak

‘Als moeder deeltijds werkt, is vooral vader op z’n gemak’. Met deze boodschap maakte De Standaard mij vandaag wakker. Mijn maag draait spontaan bij het lezen van dergelijke uitspraken. En toch blijkt dit de realiteit. Wat is er toch aan de hand met die taaie rolverdeling?

Uit een onderzoek van de VUB blijkt dat deeltijds werken nauwelijks een oplossing biedt voor het realiseren van de moeilijke combine arbeid en zorg. Vrouwen gaan vaak deeltijds werken en krijgen nog vaker het quasi gehele huishouden op hun schouders. Mannen blijken uit de situatie hun profijt te halen door op die manier meer tijd op hun werk te spenderen.

We zijn 2016. Is er dan niets veranderd? Waarom stemmen vrouwen er zo dikwijls mee in om deeltijds te werken en de zorg voor de kinderen, het huishouden op zich te nemen? Waarom ontlopen mannen meer dan eens die verantwoordelijkheid? Waarom wordt deze rolverdeling zo weinig in vraag gesteld en wordt er nog minder aan veranderd? Waarom kiezen vrouwen voor een man – hun man – die lak heeft aan huishoudelijke en zorgtaken?

Het valt mij op dat tijdens discussies over dit thema vrouwen vaak het financiële argument bovenhalen. De man verdient meer, het is voordeliger als zij – de vrouw – deeltijds werkt en de zorgtaken op zich neemt. Ik vind dit behalve triestig een armzalig argument. Meer dan eens maken koppels heel enge keuzes. Ze engageren zich voor de aankoop van een net iets te groot (lees te duur ) huis, twee auto’s, etc. en zetten zich op die manier vast. Tijd is natuurlijk geld en beide zijn er niet. Dus moet er gewerkt , gepuzzeld en gerekend worden om het gezin draaiende te houden. Waarom investeert men niet in wat meer tijd en ervaringen dan in materieel goed? Leidt dat comfort tot zoveel geluk? Zorgen wat meer tijd en gezamenlijke ervaringen juist niet voor wat minder druk?

Het gemak waarmee vrouwen zich in die rol nestelen, stoort mij al eens. Wat als de relatie stuk gaat en je alleen – met je deeltijds loon – achterblijft? Hebben zoveel vrouwen dan geen behoefte aan een carrière, aan een zich ontplooien? Zijn dat allemaal bewuste keuzes van zoveel vrouwen? Ik vraag mij dit af.

Ja, er is wel wat veranderd. Meer mannen nemen tijdskrediet, helpen in het huishouden. Maar de macht der gewoonte is blijkbaar veel taaier dan die evolutie.

Wat ik ook heel frappant vind, en zeker tot nadenken stemt: deze discussie speelt niet bij alleenstaande ouders. Zij moeten het immers alleen klaren. De beide taken op zich nemen is hun leven. Is dit debat dan louter luxe? Ik vraag mij dat af.

 

Hoe zou het toch nog met die Hyundai zijn?

Je herinnert je beslist nog mijn Hyundai avontuur. Het is alweer 4 maanden geleden dat ik met mijn spiksplinternieuwe Hyundai van Kontich naar Kortrijk reed, nadat Staf Coppens mij eerder verraste met dit heuglijke nieuws. Ik blijf het straf vinden: Hyundai die een alleenstaande moeder als ambassadeur kiest.
Vier maanden rij ik nu rond met een mooie, comfortabele, zuinige wagen. Soms, als ik net thuis kom, blijf ik al eens nog enkele minuten in de auto zitten en kijk rond. Die wagen ruikt lekker – naar nieuw. Ik laat de radio nog wat aan en prijs mij gelukkig. Die luxe went – heel snel zelfs.
Ik ben Hyundai dankbaar – om de wagen, maar ook omdat ze het aangedurfd hebben een statement te maken.

knipsel